Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/3.1.3
3.1.3 Denkfouten
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174212:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zij worden soms ook vertekeningen genoemd. Zie onder meer: Crombag, Van Koppen & Wagenaar 2011; Giesen 2011; Van Koppen e.a. 2010; Wagenaar 2010; Wagenaar, Israëls & Van Koppen 2009; Thaler & Sunstein 2008; Pohl 2004; Gilovich, Griffin & Kahneman 2002; Wagenaar, Van Koppen & Crombag 1993.
De laatste jaren zijn diverse boeken op de markt gekomen over fouten in (rechterlijk) beslisgedrag, zoals van Derksen & Bosschieter 2014 en Van Koppen 2011.
Ten Velden & De Dreu (2012, p. 37) wijzen erop dat het risico van enkel bevestigende informatie zoeken ook voorkomt in groepen en mogelijk dus in raadkamers.
Zie onder meer: Oswald & Grosjean 2004; Baron 1998, p. 203-205.
Derksen & Eymers 2006. Zie over tunnelvisie ook Crombag 2010 en Rassin 2007.
Bij wijze van praktijkvoorbeeld: AG Knigge schetst in de conclusie van een strafzaak het beeld van een goedgelovige persoon die een relatie aangaat, vervolgens het slachtoffer wordt van huwelijkszwendel maar ondanks alle verontrustende signalen de ernst van de situatie niet in wil zien (ECLI:NL:PHR:2009:BJ8631).
Waar heuristieken zoals vuistregels nog enige waarde kunnen hebben om tot een behoorlijke beslissing te komen, geldt dat niet voor denkfouten (cognitive biases) en andere valkuilen in de besluitvorming.1 Dat ook rechters deze kunnen maken en die fouten zelfs kunnen leiden tot gerechtelijke dwalingen, daarvan getuigen meerdere strafzaken waarin achteraf onschuldig gebleken verdachten soms tot zeer lange gevangenisstraffen zijn veroordeeld. Dankzij de inzet van externe deskundigen als Ton Derksen zijn zij alsnog, na heropening van hun dossier, vrijgekomen.2 Sinds het bekend worden van deze dwalingen hebben wetenschappers uit de wetenschapsfilosofie en rechtspsychologie rechters bij herhaling geattendeerd op denkfouten en valkuilen die de menselijke oordeelsvorming belemmeren. De volgende daarvan kunnen zowel optreden bij individueel beslissen (enkelvoudige rechtspraak) als beslissen in groepsverband (meervoudige rechtspraak).
Cognitieve afsluiting (cognitive closure) verwijst naar het verlangen van de mens naar zekerheid. Dat kan met zich meebrengen dat een beslisser te vroeg stopt met onderzoek naar de omstandigheden van een geval, omdat hij zich al overtuigd acht of graag overtuigd wil zijn. Bij het bevestigingsvooroordeel (confirmation bias) gaat het niet alleen om het verlangen naar zekerheid, maar ook om te worden bevestigd in de eigen overtuiging. Dit zorgt ervoor dat een beslisser enerzijds de neiging heeft om informatie die niet bij zijn opvattingen aansluit te negeren of bekritiseren en anderzijds om informatie die zijn opvattingen bevestigen te zoeken en bovenmatig te waarderen.3 Als daarin wordt volhard, is sprake van geloofsvolharding (belief perseverance). Daarbij houdt men vast aan een eenmaal ingenomen standpunt, ondanks voortdurend tegenbewijs dat de houdbaarheid van dat standpunt ondermijnt.4 Hier nauw aan verwant is tunnelvisie, die er bijvoorbeeld in de strafzaak tegen verpleegster Lucia de Berk voor zou hebben gezorgd dat rechters steeds meer overtuigd raakten van haar schuld aan de dood van meerdere patiënten. Informatie die tijdens het onderzoek in de zaak opdook, werd kennelijk voortdurend voor Lucia belastend en niet ontlastend geïnterpreteerd. Dat zij bijvoorbeeld nooit op heterdaad was betrapt, werd geduid als een bewijs van haar gewiekstheid.5
Een ander verschijnsel dat beoordeling beïnvloedt is cognitieve dissonantie. Anders dan bij geloofsvolharding erkent de mens hier dat bepaalde informatie die hem bereikt of gedragingen waarvan hij zich gewaarwordt strijdig zijn met zijn eigen overtuiging. Aangenaam is de spanning die dan optreedt niet; de mens ontvangt immers graag signalen die zijn overtuiging ondersteunen en niet weerspreken. Cognitieve dissonantie doet zich voor als iemand zijn opvattingen herziet of bepaalde gedragingen anders waardeert, waardoor de binnengekomen informatie/het waargenomen gedrag alsnog correspondeert met zijn overtuiging.6 Het verschijnsel is daarmee verwant aan de wijsheid achteraf (hindsight bias), die erop neerkomt dat een gebeurtenis na afloop als voorspelbaar of zelfs onvermijdelijk wordt beschouwd, hoewel daarvoor eerder onvoldoende bewijs bestond. Met wijsheid achteraf wordt niet beseft dat later verkregen kennis het oordeel heeft beïnvloed.
Komen denkfouten en -mechanismen als cognitieve afsluiting, bevestigingsvooroordeel en geloofsvolharding vaker of juist minder vaak voor in meervoudige kamer? Met beraadslagingen zouden ze zich minder vaak of minder sterk kunnen voordoen als de andere leden van de kamer ertegen waken dat een collega overhaast een beslissing wil nemen, informatie niet goed waardeert of onredelijk volhardt in zijn standpunt. De valkuilen zouden zich in meervoudige kamer echter ook juist vaker voor kunnen doen, namelijk als rechters elkaar voortijdig bevestigen in hun vermoedens. Bevestiging van een vermoeden door een ander versterkt het gevoel dat het vermoeden juist is, waardoor de behoefte tot nader onderzoek afneemt.