Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/295
Bruikbaarheid voor het bewijs van processen-verbaal van politie houdende verklaringen van getuigen, waarin delen zijn ‘weggelakt’.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:155
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/02619
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:155, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1139, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Bruikbaarheid voor het bewijs van processen-verbaal van politie houdende verklaringen van getuigen, waarin delen zijn ‘weggelakt’. Wettelijk systeem voor de omgang met en verantwoordelijkheid voor de processtukken gedurende de loop van het strafproces.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verklaringen van twee getuigen, vastgelegd in processen-verbaal van politie, voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Het voert daartoe aan dat in de betreffende processen-verbaal delen van de verklaringen van deze getuigen zijn ‘weggelakt’.
Uit de vaststellingen van het hof en het procesverloop blijkt dat in deze zaak processen-verbaal zijn opgemaakt van verhoren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.