De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.7:4.4.3.7 Essay met persoonlijke beschouwingen over gelijke kansen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.7
4.4.3.7 Essay met persoonlijke beschouwingen over gelijke kansen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949530:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Noord-Nederland 8 maart 2023, ECLI:NL:RBNE:2023:854.
Rechtbank Noord-Nederland 8 maart 2023, ECLI:NL:RBNE:2023:854, ro. 5.14.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 januari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:152.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2023 werd een universitair hoofddocent ontslagen. Daarbij speelde een door haar gepubliceerd essay een rol, getiteld: “‘Undoing Gender’ in de academische wereld: persoonlijke beschouwingen over regelingen voor gelijke kansen.”1 Dit essay schreef zij omdat zij in haar ogen niet dezelfde kansen kreeg als collega’s om gepromoveerd te worden naar een hogere functie. Door het essay en een discussie over haar arbeidsvoorwaarden verslechterde de situatie zodanig dat de docente werd ontslagen vanwege een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De verslechterde arbeidsverhoudingen na het publiceren van het essay zijn volgens de rechtbank voor een aanzienlijk deel de Rijksuniversiteit Groningen te verwijten. De leidinggevende stuurde na de publicatie van het essay een mail naar de hoofddocente die als dreigend ervaren had kunnen worden.
De hoofddocente stelt dat er een causaal verband bestaat tussen het ontbindingsverzoek en het publiceren van het essay, daardoor zou een inbreuk zijn gemaakt op haar vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in artikel 10 EVRM. De kantonrechter laat het al dan niet bestaan van een dergelijk causaal verband expliciet in het midden.2 Vast staat al dat de arbeidsverhouding duurzaam is verstoord, duidelijk is daarom al dat het ontslag vaststaat. De schending van artikel 10 EVRM zou volgens de rechter nog een schadevergoeding kunnen opleveren, maar dit was niet gevorderd door de hoofddocente. Ook zou deze schending geen zwaardere herplaatsingsplicht opleveren voor de universiteit. Elke werkgever heeft volgens de rechter al een inspanningsplicht om een werknemer te herplaatsen in het kader van re-integratie na ziekte. Herplaatsing is in casu volgens de rechtbank evenwel niet mogelijk omdat er geen geschikte functie op de universiteit is. Het ontslag blijft dan ook in stand. Uit deze zaak blijkt dat het belang van de vrijheid van meningsuiting in de praktijk wordt gerelativeerd doordat de vraag of de arbeidsverhoudingen duurzaam zijn verstoord primair van belang is; ook als de uiting waarover het geschil is ontstaan binnen de vrijheid van meningsuiting van de leraar past. Evenwel had de rechtbank – zoals blijkt uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak over het boek over onderwijsvernieuwingen – de vrijheid van meningsuiting moeten betrekken bij de vraag of de hoofddocente ontslagen had mogen worden.
In hoger beroep komt opnieuw de vraag aan de orde of de rechtbank terecht de vrijheid van meningsuiting niet heeft betrokken bij de vraag of de docente ontslagen had mogen worden.3 Het Hof oordeelt dat de publicatie van het essay een schakel in de keten van gebeurtenissen is, die heeft geleid tot haar ontslag. Die keten is evenwel niet begonnen met het essay, maar bij een geschil over een promotie. De publicatie van het essay heeft evenwel niet bijgedragen aan het verbeteren van de verhoudingen tussen de docente en de universiteit. De universiteit heeft vervolgens met onder meer mediation trajecten geprobeerd om de verhoudingen te verbeteren, maar dit heeft niet mogen baten. Aangezien voor de publicatie van het essay al sprake was van verstoorde verhoudingen en dit conflict na de publicatie is voortgezet, oordeelt het Hof dat het essay geen essentiële schakel is in de keten die leidde tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er bestaat dan ook onvoldoende causaal verband tussen de uiting en de ontbinding, het beroep op een schending van de vrijheid van meningsuiting slaagt derhalve niet. De docente had volgens het Hof ontslagen mogen worden.