Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/304
Medeplegen opzettelijke brandstichting in personenauto (art. 157 lid 1 Sr). Bewijsklacht medeplegen. Kan uit bewijsvoering ‘voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte’ worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/314.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:159
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/04318
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:159, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1390, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑12‑2025
Essentie
Medeplegen opzettelijke brandstichting in personenauto (art. 157 lid 1 Sr). Bewijsklacht medeplegen. Kan uit bewijsvoering ‘voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte’ worden afgeleid? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/314.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04318
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, nummer 21-000294-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.