Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/11.1.4
11.1.4 Eindbeslissing en gronden
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174172:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad gaat in op deze kwestie in zijn arrest van 13 juli 2010 en licht daarin toe waardoor de toepassing van de regels inzake vernietiging en bevestiging niet altijd foutloos verloopt (ECLI:NL:HR:2010:BM0256, r.o. 2.7). De wetgever spreekt een voorkeur uit voor het bevestigen van vonnissen (Kamerstukken II 2005-2006, 30 320, nr. 3 (Wet Stroomlijnen hoger beroep)). Corstens & Borgers (2011, p. 801-802) bekritiseren de onwil van gerechtshoven tot partiële bevestiging, die ertoe leidt dat niet of moeilijk valt na te gaan wat de hogerberoeprechter niet bevalt aan de opbouw van het vonnis in eerste aanleg. Dat doet volgens de auteurs het gezag van de appelrechtspraak geen goed, omdat lagere rechters zo een zekere onverschilligheid tegenover de hogerberoeprechter ontwikkelen: die vernietigt toch altijd. De Hoge Raad geeft in voornoemd arrest antwoord op de vraag in welke gevallen vernietiging van een (straf)vonnis wel noodzakelijk is (r.o. 2.8.2, 2.8.4).
De beslissing van het gerechtshof om het vonnis van de rechtbank al dan niet in stand te laten en de gronden die het daarvoor aanvoert, geven inzicht in de rechterlijke oordeelsvorming. Als het gerechtshof tot een fundamenteel andere beslissing komt dan de rechtbank, ligt het voor de hand dat het hof het vonnis vernietigt. Kan het zich vinden in de beslissing van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen, dan zal het hof het vonnis bekrachtigen (bevestigen). Problematischer wordt het pas als het vonnis gebreken vertoont, maar de rechtbank het feitencomplex niet volkomen onjuist heeft vastgesteld en de rechtbank evenmin wezenlijk van een verkeerde rechtsopvatting blijk heeft gegeven. De vraag is dan of het hof het vonnis dient te bevestigen of vernietigen.1
De eindbeslissingen van het gerechtshof in civiele zaken, en de motiveringen die daaraan ten grondslag liggen, zijn in de kern terug te brengen tot twee beslissingen – vernietiging en bekrachtiging – en zeven gronden. Vernietiging respectievelijk bekrachtiging houdt in dat de eindbeslissing van de rechtbank geheel of gedeeltelijk onjuist respectievelijk juist is. Een vonnis kan worden vernietigd als partijen het procesdebat hebben gewijzigd, het hof een ander feitencomplex en/of een andere beoordeling van het recht heeft gegeven dan de rechtbank, dan wel de rechtbank een onverschoonbare fout heeft gemaakt wat betreft de feiten en/of het recht, die moet leiden tot vernietiging. Bekrachtiging van een vonnis kan geschieden als het hof hetzelfde feitencomplex en dezelfde beoordeling van het recht geeft als de rechtbank, het vastgestelde feitencomplex en/of de beoordeling van het recht niet onjuist is, maar de gronden daarvoor aanvulling of verbetering behoeven, het hof een ander feitencomplex en/of andere beoordeling van het recht geeft die niet leidt tot vernietiging na aanvulling of verbetering van gronden, of de rechtbank een onverschoonbare fout heeft gemaakt wat betreft de feiten en/of het recht, die niet leidt tot vernietiging na herstel van gebreken.
In dit onderzoek wordt beoordeeld of er een verband is tussen enerzijds de beslissing van het hof en de gronden daartoe en anderzijds de meervoudige dan wel enkelvoudige behandeling van het vonnis dat aan hoger beroep is onderworpen.