Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/11.1.1
11.1.1 Hoger beroep en cassatie
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174223:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 10 juni 1988, NJ 1989, 30, met name r.o. 4.2, alsook HR 5 december 2003, NJ 2004, 76.
Zie nader hierover: Den Tonkelaar & Tromp 2014, p. 244-245; De Groot-van Leeuwen & Den Tonkelaar 2012; Visitatie Rechtspraak 2010, p. 21; Visitatie Rechtspraak 2006, p. 21-22.
Zo heeft de Hoge Raad er in 2009 op gewezen dat vernietiging van een eerder gedane uitspraak niet noodzakelijkerwijs onjuistheid van de daaraan ten grondslag liggende beoordeling inhoudt: ‘Een wettelijke regeling van tegen rechterlijke beslissingen aan te wenden rechtsmiddelen is niet gebaseerd op de gedachte dat slechts één uitspraak betreffende een tussen partijen gerezen geschil de juiste kan zijn. Dat na het instellen van een rechtsmiddel een andere uitspraak volgt, behoeft niet te betekenen dat de vernietigde uitspraak onjuist was, maar kan het gevolg zijn van herstel van een processuele fout, of van een andere presentatie door partijen of beoordeling door de rechter van het voorgelegde geschil of het daaraan ten grondslag liggende feitencomplex, of zelfs van een minder juiste beoordeling door de hogere rechter. De regeling van de rechtsmiddelen stelt weliswaar de laatst gedane uitspraak boven de eerdere uitspraak, maar dat is geen grond de eerdere (scheids)rechterlijke beoordeling in de vernietigde uitspraak in beginsel voor onrechtmatig te houden.’ (HR 4 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7834, NJ 2011/131, r.o. 3.5.)
De Hoge Raad kan, anders dan de rechtbank en het gerechtshof, rechterlijke beslissingen niet vernietigen op grond van onjuiste vaststelling van de feiten, maar slechts op grond van verzuim van vormen dan wel schending van het recht (art. 79 Wet RO).
Hoger beroep en cassatie zijn belangrijke middelen van rechtsbescherming. Ze hebben ook een functie in de rechtsontwikkeling en bewaken en bevorderen de rechtseenheid. Bijkomend voordeel is dat het stelsel van rechtsmiddelen mogelijkheden biedt om te onderzoeken wat de verschillen zijn tussen meervoudige en enkelvoudige behandeling. In dit onderzoek vindt vergelijking plaats tussen meervoudige en enkelvoudige vonnissen in verschillende zaken en tussen vonnissen en arresten in dezelfde zaken. Arresten worden in hoger beroep door een meervoudige kamer gewezen, terwijl in eerste aanleg een meervoudige of enkelvoudige kamer vonnis wijst.
Partijen zijn in hoge mate vrij om te bepalen waarover in hoger beroep verder wordt geprocedeerd. Het burgerlijk procesrecht is hierop aangepast in die zin dat het hoger beroep primair wordt beheerst door het grievenstelsel. Dit houdt in dat de hogerberoeprechter gebonden is aan de gronden waarop de appellant de stelling baseert dat het vonnis in eerste aanleg onjuist is.1 Door het grievenstelsel is niet elke zaak die in eerste aanleg en in hoger beroep wordt behandeld geschikt om in deze analyse te worden betrokken.
Vergelijking van een meervoudig arrest met een enkelvoudig vonnis vereist immers dat de inhoud van het geschil dat aan de rechtsstrijd ten grondslag ligt gelijk blijft, althans niet wezenlijk verschilt. Als deze voorwaarde in acht wordt genomen, kan vergelijking van vonnissen en arresten een bruikbare methode zijn om inzicht te krijgen in de verschillen en overeenkomsten tussen meervoudige en enkelvoudige jurisprudentie. De uitspraak van een hogere rechterlijke instantie die een zaak opnieuw heeft beoordeeld, kan zelfs inzicht geven in de kwaliteit van de beslissing die in een eerdere rechterlijke procedure is gegeven. Ze stelt gerechten en rechters in staat te leren van vernietigingen en bevestigingen in hoger beroep en cassatie.2
Belangrijk om voor ogen te houden is dat als een uitspraak van het hof inhoudelijk afwijkt van die van de rechtbank, dit niet per definitie betekent dat de rechtbank het feitencomplex onjuist heeft vastgesteld of het recht verkeerd heeft toegepast.3 Het gerechtshof kan een door de rechtbank genomen beslissing vernietigen als de in hoger beroep vastgestelde feiten tot een andere beslissing leiden en/of het gerechtshof tot een andere toepassing van het recht komt.4
Voor analyse in dit onderzoek zijn zaken alleen bruikbaar als in hoger beroep geen fundamenteel andere feiten zijn gepresenteerd en vastgesteld. Het procesdebat mag immers in eerste aanleg en in hoger beroep niet wezenlijk verschillen. Het onderzoek vergt daarom in elke zaak opnieuw beschouwing van de door de rechters vastgestelde feiten en de door hen beantwoorde rechtsvragen. Alleen een blik op de beslissing van een arrest leidt nauwelijks tot inzicht in de inhoud of kwaliteit van een vonnis. Dat is anders als de inhoud van de uitspraken wordt vergeleken.