Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.16.1:5.16.1 Algemeen
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.16.1
5.16.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS438176:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Althans niet in ruil voor de aandelen waarop het verzoek ziet. Mogelijk is dat de betreffende aandeelhouder al aandeelhouder is in de verkrijgende buitenlandse vennootschap of via andere weg aandeelhouder in de verkrijgende buitenlandse vennootschap wordt. Deze paragraaf ziet niet op die situaties.
Zulks brengt art. 8 met zich mee.
Zie over art. 333k lid 6 meer uitgebreid § 6.10.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De minderheidsaandeelhouder die van het uittreedrecht gebruik maakt zal naarmate het fusietraject vordert minder betrokken zijn bij de vennootschap. Zolang nog niet zeker is dat de fusie daadwerkelijk doorgang zal vinden, behoudt hij een belang bij de verdere gang van zaken. Gaat de fusie uiteindelijk niet door, dan blijft hij aandeelhouder. Wordt eenmaal duidelijk dat de fusie wel doorgang zal vinden en dus dat de betreffende aandeelhouder zal uittreden dan houdt zijn belang op. Immers, de prijs die hij zal verkrijgen staat vast en het moment van uittreden is slechts een kwestie van (korte) tijd. In de verkrijgende vennootschap keert hij niet terug.1 De overige aandeelhouders dienen zolang de fusie nog niet is geëffectueerd wel rekening met de uittreder te houden. De wetgever heeft geen regeling getroffen als gevolg waarvan de minderheidsaandeelhouder zijn aandeelhoudersrechten niet meer zou kunnen uitoefenen. Dat gaat ook wel ver, al was het maar omdat de fusie pas een fusie is (en de schadeloosstelling dus ook pas definitief is) als de fusie van kracht is geworden.
Aangenomen mag worden dat bij de bepaling van de hoogte van de schadeloosstelling rekening zal worden gehouden met uitkeringen die nog vóór het moment van fusie zullen worden gedaan. De aan de betreffende aandelen verbonden economische rechten zijn voor de houder daarvan dan veiliggesteld.
De aan de aandelen verbonden stemrechten hebben voor hem slechts nog een functie ter bescherming van zijn positie ingeval de fusie alsnog geen doorgang zal vinden en hij zijn aandeelhouderschap in de vennootschap zal voortzetten. De potentiële ex-aandeelhouder zal er in de pré fusie fase bij het gebruik van zijn stemrecht rekening mee moeten houden dat besluiten normaliter voor hem geen gevolgen meer hebben maar wel voor de andere aandeelhouders. Hij zal zich aldus moeten richten naar de overige aandeelhouders en niet naar zichzelf.2 Als voorbeeld kan gedacht worden aan de bepaling van artikel 333k lid 6.3 Voor de fusie geëffectueerd wordt, zal mogelijk nog gestemd worden over de medezeggenschapsregelingen in de verkrijgende vennootschap. Regelingen die zeer kenmerkend zijn voor de grensoverschrijdende fusie en die mede de inrichting en structuur van de verkrijgende vennootschap zullen bepalen. Het is onwenselijk wanneer de uittredende aandeelhouder beslissende invloed kan uitoefenen omdat zijn aandelen als het ware als 'wipaandelen' gaan functioneren. Anders dan de algemene redelijkheid en billijkheidsnorm uit artikel 8 geeft de wet geen expliciete regeling die het afdwingbaar maakt voor de overige aandeelhouders om hem zijn stemrecht af te nemen.
Zulke regelingen zijn er buiten de wet om wel. Ik doel daarmee op statutaire en obligatoire regelingen.