Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.3.8
4.8.3.8 De examencommissie en de beoordeling en vaststelling van de uitslag van examens
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949512:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2.60e, eerste lid, van de Wvo 2020 en Stb. 2021, 206.
Artikel 7.4.5a, eerste lid, onder c, van de Web en artikel 10 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.
Artikel 10:4 jo. 10:12 van de Awb.
Louw 2011, p. 417 en Buiting 2018, p. 18 en Huisman 2020, p. 12.
Zie ook Buiting 2018, p. 18.
CBHO 31 oktober 2014, 2014/117, CBHO 28 april 2016, 2015/307 en 2015/308, CBHO 12 september 2016, 2016/012 en CBHO 19 juli 2018, 2018/068.
Artikel 7.60 van de Whw.
Rechtbank Amsterdam 6 augustus 2013, AMS 13/3318 (niet gepubliceerd, te raadplegen via https://www.hobeon.nl/uploads/imported/ee10b2d58a9669eb8b36283d31c5f07d.pdf) en Huisman 2020, p. 13.
Hoewel de examencommissies in de verschillende onderwijssectoren allen tot taak hebben om de kwaliteit van de examens te borgen, zijn er grote verschillen waar het gaat om het afnemen en beoordelen van de examens en in de mogelijkheden die de examencommissie heeft om zo nodig de uitslag van een examen in een individueel geval te wijzigen. Hierna wordt dit per sector toegelicht.
In het voortgezet onderwijs heeft de examencommissie geen directe rol bij het afnemen en de beoordeling van zowel het school- als het centraal examen. De examencommissie kan niet zelf als examinator optreden, de examinator aanwijzen of de examinator individuele aanwijzingen geven. Wel kan de examencommissie het bevoegd gezag adviseren over de benodigde deskundigheid waarover een examinator moet beschikken en richtlijnen vaststellen aan de hand waarvan het centraal examen beoordeeld moet worden.1 Aangezien de examencommissie geen rol heeft bij het afnemen en het beoordelen van de examens, moet zij de kwaliteit van de examinering bewaken door het opstellen van een voorstel voor onder meer het examenreglement en het Pta en het geven van richtlijnen en algemene aanwijzingen. Direct ingrijpen omdat een leraar, naar het oordeel van de examencommissie, een examen niet juist heeft beoordeeld, is dan ook niet mogelijk. Wel kan het bevoegd gezag de examencommissie aanvullende taken en bevoegdheden opdragen; zoals het uitbrengen van een advies over de beoordeling van een examen of het opnieuw beoordelen van een examen naar aanleiding van onregelmatigheden.2 Het bevoegd gezag kan vervolgens zo nodig de uitslag van een examen wijzigen (zie over de rechten van de leerling bij het wijzigen van de uitslag van een examen § 5.3.8).
In het middelbaar beroepsonderwijs is de situatie anders. Daar treedt de examencommissie juist op als examinator bij zowel het instellings- als het centraal examen.3 Zoals uitgebreider toegelicht in § 6.4.5.1 mandateert de examencommissie in de praktijk de taak om de examens af te nemen en te beoordelen doorgaans aan één van de leraren. Die leraar voert deze taak uit namens de examencommissie. De examencommissie behoudt echter formeel de verantwoordelijkheid en zeggenschap over het afnemen en beoordelen van de examens. Ook kan de examencommissie in een individueel geval of in het algemeen instructies geven.4 In het middelbaar beroepsonderwijs kan de examencommissie dan ook ingrijpen indien een examinator tekortschiet en zo nodig dat examen zelf (opnieuw) beoordelen en de uitslag hiervan vaststellen. Hierdoor kan de examencommissie direct invloed uitoefenen op de kwaliteit van de examinering in een individueel geval.
In het hoger onderwijs heeft de examencommissie de taak om de examinator aan te wijzen. De examinator is vervolgens exclusief bevoegd om het examen af te nemen en de uitslag daarvan vast te stellen. De bevoegdheid om tentamens af te nemen is door de wetgever geattribueerd aan de examinator.5 Zoals uitgebreider beschreven in § 3.6 sluit dit aan bij de academische vrijheid waaruit voortvloeit dat de leraar in beginsel zelf de inhoud van zijn onderwijs mag bepalen.6 De examencommissie kan dan ook niet zelf het examen afnemen of beoordelen. Uit de jurisprudentie blijkt dan ook dat de examencommissie een gegeven cijfer en de daarmee samenhangende beoordeling niet kan wijzigen.7 Bij een geschil over de uitslag van een tentamen dient de student rechtstreeks beroep in te stellen bij het college van beroep voor de examens (Cbe).8 De taak om over een dergelijk geschil te beslissen is door de wetgever opgedragen aan het Cbe (zie § 5.9.2).9 Net als in het voortgezet onderwijs dient de examencommissie in het hoger onderwijs de kwaliteit van het afnemen en het beoordelen van de examens te bewaken middels het vaststellen van algemene richtlijnen en aanwijzingen.
Uit jurisprudentie blijkt dat in een uiterst geval de examencommissie in het hoger onderwijs de aanwijzing van een examinator kan intrekken.10 In casu betrof het een hoogleraar bij wie onregelmatigheden in de toetsingspraktijk waren geconstateerd. Hij kon geen complete set eindtentamens aanleveren en hij had gastdocenten als examinator laten optreden. De examencommissie had daarom besloten om zijn tentamenbevoegdheid op te schorten. De voorzieningenrechter overweegt dat nu de examencommissie bevoegd is tot het geven van de tentamenbevoegdheid aan examinatoren, hij eveneens bevoegd is tot het intrekken of opschorten van die bevoegdheid. Aan een schorsing van de tentamenbevoegdheid moeten evenwel hoge eisen gesteld worden. Tentaminering wordt als essentieel onderdeel gezien van de uitoefening van het hoogleraarschap. In casu voldeed de opschorting van de tentamenbevoegdheid niet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De hoogleraar had een lange staat van dienst, er was geen sprake van een acute noodsituatie en ook was niet duidelijk geworden waarom geen minder vergaande maatregel genomen had kunnen worden. Wel blijkt uit deze casus dat een examencommissie in een uiterst geval de tentamenbevoegdheid van een examinator kan intrekken om de kwaliteit van de examinering te borgen. Vervolgens kan de examencommissie een nieuwe examinator aanwijzen om het examen (opnieuw) te beoordelen. Wel moet bij het wijzigen van de uitslag van een tentamen rekening gehouden worden met de rechten van de leerling (zie hierover uitgebreider §5.3.8).