Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.4.1:3.4.1 Juridische achtergrond van eerbiedigende werking
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.4.1
3.4.1 Juridische achtergrond van eerbiedigende werking
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416291:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van het onderscheid tussen eerbiedigende werking en uitgestelde werking heb ik in par. 2.6.1 al summier aandacht besteed aan de inhoud van het begrip ‘eerbiedigende werking’. In par. 2.6.2.1 concludeerde ik dat de meeste auteurs het erover eens zijn dat eerbiedigende werking bewerkstelligt dat de nieuwe regel niet van toepassing is op bepaalde nader omschreven, op het inwerkingtredingsmoment bestaande, toestanden. Deze auteurs zijn het er evenwel niet over eens of eerbiedigende werking als werkingsregel dan wel als overgangsmaatregel moet worden gekwalificeerd.
Knigge beschouwt eerbiedigende werking als een specifieke regel die ervoor zorgt dat een nieuwe regel in afwijking van de werkingsregel in een bepaalde situatie niet van toepassing is.1 Gelet op het door mij aangebrachte onderscheid tussen werkingsregels en overgangsmaatregelen, zou Knigge hier mijns inziens over een overgangsmaatregel spreken. Van der Beek gebruikt de term ‘eerbiediging van oud recht’ in plaats van ‘eerbiedigende werking’ en beschouwt eerbiedigende werking als een werkingsregel. Hij definieert deze regel als volgt:2
‘Eerbiediging van oud recht houdt in dat de nieuwe wet niet vanaf de invoering en ook niet vanaf een later tijdstip gaat werken voor de rechtstoestand zoals deze bij de inwerkingtreding bestond; in plaats daarvan blijft daarop het oude recht van toepassing.’
Doordat Van der Beek evenwel alleen ten aanzien van op het inwerkingtredingsmoment bestaande toestanden de werking van een wet beperkt, is er geen sprake van een werkingsregel. Naar mijn mening beperkt eerbiedigende werking alleen de toepassing van een nieuwe werkende wet. Om in termen van Van der Beek te spreken, hebben we dan te maken met een overbruggingsregel (volgens mijn terminologie ‘overgangsmaatregel’).
Popelier hanteert een afwijkende opvatting en gaat ervan uit dat een regel eerbiedigende werking heeft als de oude regel nog van toepassing is op bepaalde rechtsfeiten die dateren van ná de inwerkingtreding van de nieuwe regel.3 Eerbiedigende werking wordt derhalve wel beperkt tot bepaalde rechtsfeiten, maar niet tot rechtsfeiten die verband houden met op het inwerkingtredingsmoment bestaande rechtstoestanden. Doordat eerbiedigende werking slechts voor specifiek aangeduide rechtsfeiten een uitzondering maakt op onmiddellijke werking, merkte Popelier eerbiedigende werking aanvankelijk aan als een overgangsbepaling (zie par. 3.3.1), maar sprak zij twee jaar later over overgangsmaatregelen.4
Haazen acht de Belgische opvatting dat eerbiedigende werking verband houdt met posterieure feiten waarschijnlijk juister, doch hanteert dit uitgangspunt niet in zijn eigen definitie. Hij verstaat onder eerbiedigende werking:5
‘Eerbiedigende werking of eerbiediging betekent dat de wettelijke bepaling weliswaar vanaf de inwerkingtreding geldt, maar niet zal worden toegepast op een ten tijde van de inwerkingtreding reeds bestaande rechtstoestand. De nieuwe regel werkt dus niet jegens bestaande rechtstoestanden. (...) Men kan daarom ook spreken van nawerking van de oude regel.’
Haazen gaat dus ervan uit dat de oude regel ten aanzien van bepaalde op het inwerkingtredingsmoment bestaande toestanden blijft werken, waardoor de toepassing van de nieuwe regel wordt beperkt. Ook Aschke hanteert dit uitgangspunt waar hij spreekt over de overgangsmaatregel ‘Weitergeltung alten Rechts’.6 Hij verstaat onder deze overgangsmaatregel de doorwerking van het oude recht – eventueel ‘bedingt, beschränkt oder befristet’ – ten aanzien van op het inwerkingtredingsmoment bestaande toestanden.
In de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt onder eerbiedigende werking een blijvende beperking van de toepassing van de nieuwe regel ten aanzien van bepaalde feiten verstaan.7 In de Notitie TWK wordt dezelfde betekenis aan het begrip ‘eerbiedigende werking’ toegekend.8