Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.2.9
4.2.9 Het stemrechtloze aandeel en het aandeel met een gedifferentieerd stemrecht
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS390089:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 84 (MvT); Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 16 (NV II); Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 7, p. 11 (Nota van wijziging); Dortmond 2009 (1), p. 35 en Ten Berg 2007, p. 341-345. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van differentiatie van stemrecht door de bevoegdheid van besluiten die niet dwingendrechtelijk aan de algemene vergadering toekomt statutair toe te kennen aan een vergadering van een houders van aandelen van een bijzonder soort of aanduiding. Zie hierover Ten Berg 2012, p. 616 en Boschma & Kuijers-Tollenaar 2013, p. 105.
In paragraaf 2.6 stelde ik al dat het stemrechtloze aandeel moet worden onderscheiden van het aandeel met een variabele verdeling van stemrecht, zoals bedoeld in art. 2:228 lid 4 BW. Het wettelijk uitgangspunt is dat het stemrecht zich evenredig verhoudt tot de nominale waarde van de aandelen (art. 2:228 lid 2 en 3 BW). Daarvan kan echter op grond van art. 2:228 lid 4 BW worden afgeweken, zodat ondanks de gelijke nominale waarde aan een aandeel meer stemrechten zijn verbonden. Bij statuten kan daarom worden voorzien in een flexibel stemrecht ten aanzien van alle besluiten van de algemene vergadering.1 Op het flexibele stemrecht ga ik in dit onderzoek niet in. Onderwerp van mijn onderzoek is immers de kapitaalverschaffer zonder stemrecht.