Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.2.1.1.0.d
Sociaaleconomische identiteit
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS456765:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld EHRM 3 juli 2012, appl. no. 52178/10, r.o. 81 (Samsonnikov vs. Estland) en EHRM (GK) 13 december 2012, appl. no. 39630/09, r.o. 248 (El-Masri vs. de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië (FYROM)) en EHRM 9 januari 2013, appl. no. 21722/11, r.o. 165 (Oleksandr Volkov vs. Oekraïne).
D.J. Harris, M. O’Boyle, E.P. Bates & C.M. Buckley, Harris, O’Boyle & Warbrick: Law of the European Convention on Human Rights, Oxford: Oxford University Press 2009, p. 371. Zie bijvoorbeeld EHRM 6 februari 2001, appl. no. 44599/98 (Bensaid vs. het Verenigd Koninkrijk) en EHRM (GK) 18 oktober 2006, appl. no. 46410/99, r.o. 57-59 (Üner vs. Nederland) en EHRM 25 maart 2014, appl. no. 2607/08, r.o. 50 (Palanci vs. Zwitserland).
EHRM 18 oktober 2006, appl. no. 46410/99, r.o. 59, 62 (Üner vs. Nederland).
EHRM 9 januari 2013, appl. no. 21722/11, r.o. 165 (Oleksandr Volkov vs. Oekraïne).
EHRM 22 oktober 1981, appl. no. 7525/76, r.o. 52 (Dudgeon vs. het Verenigd Koninkrijk).
EHRM (GK) 12 september 2009, appl. no. 10593/08, r.o. 163-166 (Nada vs. Zwitserland).
EHRM 16 december 1992, appl. no. 13710/88 (Niemietz vs. Duitsland) en EHRM 12 februari 2015, appl. no. 5678/06, r.o. 25 (Yuditskaya en anderen vs. Rusland).
EHRM 9 januari 2013, appl. no. 21722/11, r.o. 165 (Oleksandr Volkov vs. Oekraïne).
EHRM 16 december 1992, appl. no. 13710/88, r.o. 30 (Niemietz vs. Duitsland). Zie ook EHRM 14 maart 2013, appl. no. 24117/08, r.o. 105 (Bernh Larsen Holding AS en anderen vs. Noorwegen).
EHRM 12 februari 2015, appl. no. 5678/06, r.o. 25 (Yuditskaya en anderen vs. Rusland).
Het vierde facet dat bijdraagt aan de persoonlijke identiteit en ontwikkeling is de sociaaleconomische identiteit, waaronder het aangaan, ontwikkelen en in stand houden van sociale en zakelijke relaties met anderen en de outside world vallen.1 In de keuze voor en uitingen tijdens contact met anderen komt de persoonlijke identiteit duidelijk naar voren. Vooral in zaken betreffende uitzetting van immigranten speelt het onderwerp sociale relaties een belangrijke rol bij de beoordeling van klachten over schendingen van artikel 8 EVRM.2 Hoe sterker de sociale (en culture en familiaire) banden in het gastland en hoe zwakker die banden met het moederland, des te groter de kans is dat de uitzetting artikel 8 EVRM schendt.3
Binnen het onderdeel sociale identiteit is expliciet overwogen dat de professionele identiteit en relaties een essentieel onderdeel vormt van de sociale (en dus de persoonlijke) identiteit.4 Een groot deel van het leven van burgers speelt zich namelijk af op de werkvloer en de werkomgeving biedt derhalve belangrijke mogelijkheden om de identiteit te ontwikkelen. Naast sociale en professionele relaties is de seksuele identiteit een onderdeel van de sociaaleconomische identiteit. In Dudgeon wordt dit onderdeel ‘a most intimate aspect of private life’ genoemd.5 Enige mate van bewegingsvrijheid is derhalve essentieel voor het effectief aangaan en onderhouden van relaties.6
Een strafprocesrechtelijk voorbeeld waarbij de professionele identiteit onder het concept privéleven is geplaatst, zijn zaken waarin kantoren van advocaten worden doorzocht en correspondentie in beslag wordt genomen en bekeken.7 Het bijzondere aan deze zaken is dat het om een drievoudige inbreuk op de privacy gaat. Ten eerste op de professionele identiteit en daarmee op het privéleven doordat een inbreuk wordt gemaakt in de werksfeer van de advocaat. Dit is onder andere een inbreuk op het privéleven omdat ook in de werksfeer relaties met anderen worden aangegaan en onderhouden.8 Ten tweede is de inbreuk op het respect voor de woning omdat het privéleven en het professionele niet strikt zijn te scheiden waardoor bedrijfsruimten ook onder het concept woning worden beschermd.9 Ten derde betreft het een inbreuk op de correspondentie omdat briefwisseling met clienten in beslag wordt genomen.10
Kortom, de persoonlijke identiteit omvat de sociaaleconomische identiteit. Het staat burgers vrij sociale, zakelijke en seksuele relaties aan te gaan en te onderhouden. Een noodzakelijke voorwaarde om de zojuist genoemde onderdelen effectief te kunnen uitoefenen, is enige mate van bewegingsvrijheid. Ook strafprocesrechtelijke bevoegdheden kunnen een inbreuk maken op de sociaaleconomische identiteit. Het professionele leven en privéleven zijn meestal niet strikt te scheiden. Bij het doorzoeken van een bedrijfsruimte en het in beslag nemen van communicatie aldaar, wordt hoogstwaarschijnlijk ook persoonlijke informatie waargenomen. Wat betreft het afnamen van (neuro)geheugendetectie betekent dit, dat in het geval een persoon wordt verdachte van strafbare feiten gepleegd tijdens de uitoefening van een bepaalde functie of ambt, niet alleen een inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit wordt gemaakt maar ook op de sociaaleconomische identiteit.