Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.2.1.1.0.g
Informationele privacy
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453171:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. D.J. Harris, M. O’Boyle, E.P. Bates & C.M. Buckley, Harris, O’Boyle & Warbrick: Law of the European Convention on Human Rights, Oxford: Oxford University Press 2009, p. 368-370.
EHRM 18 april 2013, appl. no. 19522/09, r.o. 32 (M.K. vs. Frankrijk).
EHRM 18 april 2013, appl. no. 19522/09, r.o. 32 (M.K. vs. Frankrijk).
EHRM 18 september 2014, appl. no. 21010/10, r.o. 39 e.v. (Brunet vs. Frankrijk).
H.R. Kranenborg, Toegang tot documenten en bescherming van persoonsgegevens in de Europese Unie: over de openbaarheid van persoonsgegevens (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2007, p. 120.
EHRM (GK) 28 oktober 1994, appl. no. 14310/88, r.o. 84-86 (Murray vs. het Verenigd Koninkrijk) en EHRM (GK) 16 februari 2000, appl. no. 27798/95, r.o. 65, 69 (Amann vs. Zwitserland) en EHRM (GK) 4 mei 2000, appl. no. 28341/95, r.o. 43 (Rotaru vs. Roemenië) en EHRM 6 juni 2006, appl. no. 62332/00, r.o. 89-92 (Segerstedt-Wiberg en anderen vs. Zweden) en EHRM (GK) 4 december 2008, NJCM Bulletin 2009, 4, r.o. 67, m.nt. Van der Staak (S. & Marper vs. het Verenigd Koninkrijk) en EHRM 13 november 2012, appl. no. 24029/07, r.o. 187 (M.M. vs. het Verenigd Koninkrijk).
EHRM (GK) 16 februari 2000, appl. no. 27798/95, r.o. 70 (Amann vs. Zwitserland).
H.R. Kranenborg, Toegang tot documenten en bescherming van persoonsgegevens in de Europese Unie: over de openbaarheid van persoonsgegevens (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2007, p. 120.
EHRM (GK) 4 mei 2000, appl. no. 28341/95, r.o. 43 (Rotaru vs. Roemenië).
ECHR 14 januari 1998, appl. nos. 32200/96 & 32201/96 (Herbecq & The Association Ligue Des Droits de L’Homme vs. België).
EHRM (GK) 4 december 2008, NJCM Bulletin 2009, 4, r.o. 67, m.nt. Van der Staak (S. & Marper vs. het Verenigd Koninkrijk).
EHRM (GK) 7 februari 2012, appl. nos. 40660/08 & 60641/08 (Von Hannover vs. Duitsland (nr. 2)).
EHRM (GK) 7 februari 2012, appl. nos. 40660/08 & 60641/08, r.o. 96 (Von Hannover vs. Duitsland (nr. 2)).
EHRM 25 september 2001, appl. no. 44787/98, r.o. 59 (P.G. & J.H. vs. het Verenigd Koninkrijk). ‘A permanent record has nonetheless been made of the person’s voice and it is subject to a process of analysis directly relevant to identifying that person in the context of other personal data.’ Zie ook EHRM 12 mei 2000, NJ 2002, 180, m.nt. Sch (Khan vs. het Verenigd Koninkrijk).
EHRM (GK) 4 december 2008, NJCM Bulletin 2009, 4, r.o. 73, m.nt. Van der Staak (S. & Marper vs. het Verenigd Koninkrijk).
EHRM (GK) 4 december 2008, NJCM Bulletin 2009, 4, r.o. 75, m.nt. Van der Staak (S. & Marper vs. het Verenigd Koninkrijk).
EHRM (GK) 4 mei 2000, appl. no. 28341/95, r.o. 46 (Rotaru vs. Roemenië). Zie EHRM 26 maart 1987, appl. no. 9248/81 (Leander vs. Zweden) voor een voorbeeld van gerechtvaardigde afscherming van gegevens.
Het laatste onderdeel van het respect voor het privéleven is de informationele privacy.1 De bescherming van informatie, van gegevens is een essentieel onderdeel van het recht op respect voor het privéleven. Het privéleven bestaat, zoals hierboven is uitgewerkt uit verschillende delen van de identiteit, waaronder de fysieke identiteit. Op grond hiervan komt iemand de beslissingsbevoegdheid over zijn lichaam, gezondheid, leven en dood toe. Stel dat zijn DNA-profiel (als data) te allen tijde kan worden gebruikt door onder andere potentiële werkgevers en verzekeringsmaatschappijen om gezondheidsrisico’s in te schatten. Of dat te allen tijde iedereen een foto-, film- en geluidopname van anderen mogen maken. Zonder de bescherming van informatie betreffende de persoonlijke identiteit zijn de tot nu toe behandelde onderdelen van het begrip privéleven een lege huls.
‘The protection of personal data is of fundamental importance to a person’s enjoyment of his or her right to respect for private […] as guaranteed by Article 8 of the Convention.’2
Omdat persoonlijke informatie van fundamenteel belang is voor het genot van het privéleven, is het belangrijk dat de wet geschikte waarborgen tegen misbruik van informatie biedt.3 Het sluitstuk van de eerbiediging van het privéleven wordt derhalve gevormd door de informationele privacy. Ook bij de toepassing van strafvorderlijke bevoegdheden kunnen gegevens worden verkregen.
Dit is voor (neuro)geheugendetectie niet anders. De registratie van hersenactiviteit, hartslag, ademhaling of andere (neuro)fysiologische maten leveren medische gegevens op. Hetzelfde geldt voor een algehele medische controle voorafgaand aan de afname van (neuro)geheugendetectie. Het enkele feit dat gegevens, zelfs wanneer het niet gaat om medische gegevens, zijn opgeslagen in een politieel of justitieel informatiesysteem, is een inbreuk op het privéleven. Tevens kan het recht op respect voor privacy onder bepaalde omstandigheden ook worden geschonden door de opslag van gegevens, onder meer omdat het stigmatiserend kan werken en als er geen effectieve mogelijkheid bestaat om een verzoek in te dienen om de gegevens te laten verwijderen.4
Belangrijke aandachtspunten of gegevens onder de reikwijdte van het begrip privéleven vallen, zijn (1) de privacygevoeligheid van de gegevens; (2) de wijze van verkrijging van de gegevens en; (3) de vervolghandeling.5 Deze onderwerpen zijn voor het strafprocesrecht van evident belang. In de opsporingsfase (en zelfs al daarvoor) worden veel gegevens over personen en verdachte verzameld, opgeslagen en geanalyseerd. Vrijwel alle opsporingsmethoden worden ingezet om informatie te vergaderen. Volgens het EHRM vallen het enkele vergaren, tijdelijk opslaan, bewaren voor langere periode, verspreiden van gegevens over het privéleven onder het recht op respect voor privacy (maar is het niet direct een inbreuk op het privéleven).6 Hierbij is het niet belangrijk of het enkel gaat om persoonlijke gegevens of om gevoelige gegevens.7 Beide vallen onder het begrip privéleven.8 Zelfs publieke persoonlijke informatie kan binnen de reikwijdte van het privéleven vallen wanneer het systematisch wordt verzameld en bewaard,9 maar niet wanneer het bijvoorbeeld helemaal niet wordt opgeslagen.10
‘However, in determining whether the personal information retained by the authorities involves any of the private-life aspects mentioned above, the Court will have due regard to the specific context in which the information at issue has been recorded and retained, the nature of the records, the way in which these records are used and processed and the results that may be obtained’.11
In de zaak Von Hannover werd geklaagd over het publiceren van foto’s in de media van Caroline Grimaldi, erfprinses van Monaco en prinses van Hannover.12 Zoals bij vele publieke personen volgden paparazzi de prinses en fotografeerden haar op verschillende momenten. Deze foto’s werden bij verschillende artikelen over het koningshuis van Monaco ter illustratie gebruikt. Wat betreft foto’s in het algemeen overweegt het EHRM dat in een afbeelding de unieke kenmerken van een persoon zijn waar te nemen waarmee hij zich van medemensen onderscheidt. Uiterlijke kenmerken zijn derhalve ‘one of the chief attributes of his or her personality’.13 Hierdoor valt het uiterlijk en een afbeelding daarvan – als onderdeel van de persoonlijke identiteit – onder het begrip privéleven. Dit betekent dat foto- of cameraopnames die in het kader van de opsporing zijn gemaakt een inbreuk maken op het privéleven.
Ook de stem maakt deel uit van de persoonlijke identiteit. Met een analyse van de stem kan een persoon namelijk worden geïdentificeerd, een methode die in het strafprocesrecht in Engeland is ingezet.14 In S. en Marper wordt het opslaan van celmateriaal als zodanig onder het privéleven geplaatst.15 Mede vanwege de uniekheid van een genetische code, waardoor individuen eenvoudig zijn te identificeren en familieverbanden zijn aan te tonen, maakt celmateriaal deel uit van het privéleven.16 Verder omvat de informationele privacy ook de mogelijkheid om informatie in te zien en tegen te spreken.17
Kortom, de informationele privacy vormt het slot van het begrip privéleven. Het is noodzakelijk om ook gegevens onder de reikwijdte van het privéleven te laten vallen anders wordt het respect dat voor bijvoorbeeld de fysieke en sociale identiteit moet worden opgebracht een lege huls.