Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.2.1.1.0.e
Etnisch-culturele identiteit
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS458004:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM (GK) 15 maart 2012, appl. nos. 4149/04 & 41029/04, r.o. 58 (Aksu vs. Turkije).
Zie bijvoorbeeld EHRM 25 maart 2014, appl. no. 38590/10, r.o. 77-78 (Biao vs. Denemarken). Op 1 april 2015 heeft de Grote Kamer zitting betreffende deze zaak plaatsgevonden.
Zie bijvoorbeeld EHRM (GK) 18 januari 2001, appl. no. 27238/95, r.o. 73 (Chapman vs. het Verenigd Koninkrijk) en EHRM (GK) 18 januari 2001, appl. no. 25154/94, r.o. 80 (Jane Smith vs. het Verenigd Koninkrijk) en EHRM (GK) 18 januari 2001, appl. no. 25289/94, r.o. 75 (Lee vs. het Verenigd Koninkrijk) en EHRM (GK) 16 maart 2010, appl. no. 15766/03, r.o. 148 (Orsus en anderen vs. Kroatië).
EHRM (GK) 19 oktober 2012, appl. nos. 43370/04, 18454/06, 8252/05, r.o. 143 (Catan en anderen vs. Republiek Moldavië en Rusland).
Naast de fysieke en sociaaleconomische identiteit wordt de etnisch-culturele identiteit als onderdeel van het privéleven onderscheiden door het EHRM.1 Niet enkel de biologische afkomst bepaalt de persoonlijke identiteit, ook de etnische en culturele achtergrond vormt mede de identiteit. In de vorige paragraaf is het cultuurpsychologische onderzoek van Hofstede aangestipt en de culturele dimensie collectivisme en individualisme besproken. In collectivistische samenlevingen wordt het zelf meer gezien vanuit de relaties die de persoon met anderen heeft (interdependent self), terwijl in individualistische samenleving het zelf op een onafhankelijke manier (independent self) wordt bekeken. Dit onderdeel van de cultuur van een samenleving bepaalt in belangrijke mate hoe iemand zichzelf ziet. Cultuur is derhalve ook een factor die de persoonlijkheid bepaalt. Op drie manieren komt de etnisch-culturele identiteit terug in de rechtspraak van het EHRM: (1) in combinatie met het verbod op discriminatie2; (2) bescherming van uitingen van etniciteit en/of cultuur3 en (3) de vorming van de etnisch-culturele identiteit4. Omdat de etnisch-culturele identiteit niet van belang is voor de toepassing van opsporingsmethoden wordt het verder niet behandeld.