Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.6.5.6:8.6.5.6 Stemmen naar geldend recht
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.6.5.6
8.6.5.6 Stemmen naar geldend recht
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186808:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 8.6.5.2.
Zie par. 8.6.5.3 en 8.6.5.4.
Zie art. 332 lid 3 Fw.
Die ruimte lijkt weliswaar toe te nemen nu de wetgever met het Voorontwerp WHOA een ander akkoord met klassenregeling ontwikkelt. Anderzijds laat de wetgever daarbij kennelijk het faillissementsakkoord ongemoeid.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
551. Onder de huidige Faillissementswet hebben eigenlijk achtergestelde schuldeisers stemrecht over een faillissementsakkoord.1 Zij mogen dat stemrecht zelf uitoefenen tenzij dat bij overeenkomst anders is geregeld.2 Daarbij kan het probleem ontstaan dat de stemmen van de achtergestelde schuldeisers worden gewogen tegen die van de seniorschuldeisers, terwijl hun belangen door het rangverschil aanzienlijk verschillen. De huidige Faillissementswet voorziet niet in een klassensysteem en bijbehorende cram down-regeling om met dat probleem om te gaan. Dit laat de vraag open hoe onder de huidige Faillissementswet moet worden omgegaan met het stemrecht van eigenlijk achtergestelde schuldeisers.
Ook onder de huidige wet kan worden geprobeerd om een groepensysteem te hanteren. Daarvoor pleit dat de wetgever geen rekening heeft gehouden met achtergestelde vorderingen. Dat biedt enige ruimte om oplossingen te kiezen die niet in de wet zijn voorzien. Bovendien is een faillissementsakkoord een overeenkomst, zodat de totstandkoming daarvan in beginsel vormvrij is. Verder heeft de wetgever bij het akkoord in de schuldsanering van natuurlijke personen al een akkoordprocedure met klassen ingericht. Daarbij bestaan er klassen voor de preferente en de concurrente schuldeisers.3 Tot slot worden ook in de huidige praktijk faillissementsakkoorden toegepast die de schuldeisers in groepen indelen, in die zin dat verschillende groepen schuldeisers verschillende uitkeringen worden toegezegd. De kleine schuldeisers krijgen bijvoorbeeld in sommige gevallen betaling van hun volledige vordering aangeboden.
Mijns inziens biedt de huidige wettelijke regeling echter onvoldoende ruimte om de besluitvorming over een faillissementsakkoord daadwerkelijk te organiseren als een stemming in verschillende klassen waarbij de stemmen alleen worden gewogen tegen de stemmen van andere schuldeisers in dezelfde klasse en een tegenstemmende klasse in sommige omstandigheden kan worden genegeerd. De reden daarvoor is dat een faillissementsakkoord met dwang wordt opgelegd aan de schuldeisers die tegen hebben gestemd. In die zin verschilt een faillissementsakkoord aanzienlijk van een gewone overeenkomst. Die dwang behoeft een zodanig solide wettelijke grondslag dat ik onvoldoende ruimte zie om zonder wettelijke regeling de besluitvorming over een faillissementsakkoord plaats te doen vinden in een klassenregeling.4
552. De stemming op een faillissementsakkoord moet daarom plaatsvinden op de manier voorzien in artikel 145 Fw: iedere schuldeiser met een verhaalsrecht waaraan geen voorrang is verbonden mag stemmen en die stemmen worden allemaal tezamen gewogen om de uitslag van de stemming te bepalen. Weliswaar kunnen aan verschillende groepen schuldeisers verschillende betalingen worden toegezegd, maar er wordt niet in klassen gestemd omdat alle stemmen tegen elkaar worden gewogen.