Beginsel en begrip van verdeling
Einde inhoudsopgave
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/6.5:6.5 Uitvoering van koop tevens verdeling
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/6.5
6.5 Uitvoering van koop tevens verdeling
Documentgegevens:
mr. T.H. Sikkema, datum 01-06-2018
- Datum
01-06-2018
- Auteur
mr. T.H. Sikkema
- JCDI
JCDI:ADS346790:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Mourik 2012, p. 41.
Van Hemel 2014, p. 103; HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8746, r.o. 3.5, NJ 2013, 490 m.nt. S. Perrick.
Asser/Perrick 3-V 2015, nr. 167. Laat de lezer erop bedacht zijn dat Perrick een andere invulling van het begrip ‘verdeling’ voorstaat dan ondergetekende. Vergelijk Asser/Perrick 3-V 2015, nr. 166 e.v.
Perrick in zijn noot onder HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8746, NJ 2013, 490 onder 4.
Zie ook Kleijn 1969, p. 14 e.v.
Van Mourik 2012, p. 41; Van Mourik 2018, p. 319. Zie ook Asser/Perrick 3-V 2015, nr. 171.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de vaststelling op welke wijze krachtens verdeling en krachtens koop wordt verkregen is duidelijk geworden dat hetgeen wordt verkregen krachtens deze rechtshandelingen niet hetzelfde is: krachtens verdeling verkrijgt men ook hetgeen men reeds heeft, krachtens koop alleen hetgeen men niet heeft. Toch dient in het kader van de toetsing aan de eerste volzin van het wettelijke verdelingsbegrip voor beide rechtshandelingen te worden uitgegaan van het voor verdeling geldende verkrijgingsbegrip. Dit voor verdeling geldende verkrijgingsbegrip heeft gevolgen voor de wijze waarop en de mate waarin moet worden geleverd. Gesteld dat er sprake is van een als verdeling aan te merken rechtshandeling van koop, dient in dat geval eveneens overeenkomstig het voor verdeling geldende leveringsvoorschrift te worden geleverd ter uitvoering van de betreffende rechtshandeling?
Verdedigd kan worden dat indien de rechtshandeling van koop tevens als rechtshandeling van verdeling wordt aangemerkt de bijzondere voor verdeling geldende bepalingen van toepassing zijn. Denk bijvoorbeeld aan de toepassing van het bepaalde in art. 3:196 BW met betrekking tot de moge-lijkheid van vernietiging wegens benadeling voor meer dan een kwart. Ditzelfde kan worden gezegd van het leveringsvoorschrift van art. 3:186 lid 1 BW. Uitgaande van dit voor verdeling geschreven leveringsvoorschrift moet worden aangenomen dat levering van het (gehele) goed dient plaats te vinden. Een dergelijke opvatting treffen we aan bij Van Mourik die, uitgaande van een koop tussen deelgenoten met betrekking tot een aandeel in een eenvoudige gemeenschap, bespreekt dat niet kan worden volstaan met een levering van het betreffende aandeel:
‘Privaatrechtelijk is (...) beslissend dat de tekst van art. 3:182 BW ertoe dwingt het gehele goed te leveren en niet de onverdeelde helft.’1
In afwijking van de opvatting dat in het geval van een als verdeling kwalificerende koop het leveringsvoorschrift van verdeling moet worden gevolgd, wordt ook verdedigd dat volstaan kan worden met de levering van het betreffende aandeel in het goed overeenkomstig de regels van koop.2 Zo acht Perrick – anders dan voor verdeling in strikte zin3 – voor levering op grond van een als verdeling aan te merken koop de toepasselijkheid van art 3:186 lid 1 BW niet aanwezig:
‘De koopovereenkomst verplicht de verkopende deelgenoot tot overdracht van zijn aandeel aan de andere deelgenoot. De kopende deelgenoot wordt gerechtigd tot het gehele goed doordat de verkopende deelgenoot zijn aandeel aan hem levert. Volgens art. 3:96 BW geschiedt de levering van een aandeel in een goed op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige gevolgen als is bepaald met betrekking tot de levering van dat goed. Ik zou niet willen aannemen dat het zojuist vermelde art. 3:186 lid 1 BW dan van toepassing is.’4
Bij de beantwoording van de vraag wat in deze rechtens is, moet in aanmerking worden genomen dat de wetgever heeft gemeend van het wettelijke verdelingsbegrip een absorberende werking te laten uitgaan. Deze absorberende werking houdt in dat ook andere rechtshandelingen dan die van verdeling in strikte zin door het wettelijke verdelingsbegrip als verdeling kunnen worden gekwalificeerd.5 Daarnaast geldt dat de wet voor iedere rechtshandeling die op grond van het wettelijk verdelingsbegrip als verdeling wordt aangemerkt de voor verdeling geschreven bepalingen van toepassing doet zijn. Op deze gronden ben ik van mening dat ook de uitvoering van een als verdeling aanm te merken koop dient plaats te vinden overeenkomstig het bepaalde in art. 3:186 lid 1 BW. Wordt in een dergelijke situatie niettemin geleverd ter uitvoering van koop (aandeel) in plaats van verdeling (goed), dan wordt aangenomen dat een gebrek in de levering kan worden geheeld via conversie in de zin van art. 3:42 BW.6