Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/119
Wvggz. Zorgmachtiging. Onderzoeksplicht rechter naar bereidheid betrokkene zich te doen horen (art. 6:1 lid 1 Wvggz); ontoereikende motivering. Bijlage bij borgersbrief niet toelaatbaar.
HR 20-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1890
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02547
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1890, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1132, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑07‑2024
- Wetingang
Art. 6:1 Wvggz
Samenvatting
Art. 6:1 lid 1 Wvggz bepaalt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Het gaat hier om meer dan hetgeen reeds voortvloeit uit het fundamentele beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat iedere partij de gelegenheid moet krijgen om haar standpunt naar voren te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.