Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/124
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Geschil binnen joint venture. Voorlopige voorzieningen over uitlatingen die zien op door ondernemingskamer benoemde bestuurder en over contact met contractuele wederpartijen van joint venture.
HR 20-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1893
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00805
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1893, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1139, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Geschil binnen joint venture. Voorlopige voorzieningen over uitlatingen die zien op door ondernemingskamer benoemde bestuurder en over contact met contractuele wederpartijen van joint venture.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00805
Datum 20 december 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [eiseres 1] LTD.,
gevestigd te [vestigingsplaats], Israël,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Israël,
3. [eiser 3],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: [verzoekers],
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERWEERDER in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.