Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/133
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 2 Sr), oplichting (art. 326 lid 1 Sr) en verduistering (art. 321 Sr), en gewoontewitwassen (art. 420ter lid 1 jo. art. 420bis lid 1 Sr). 1. Bewijsklacht m.b.t. beschikkingsmacht verdachte over € 29.000 i.v.m. hoedanigheid zaakvoerder. 2. Bewijsklachten oplichting. 3. Verbeurdverklaring horloge, art. 33a lid 1 sub a Sr. Kon hof verbeurdverklaring baseren op art. 33a lid 1 sub a Sr, nu feiten mede zijn begaan voor inwerkingtreding van dat artikel? 4. Verjaring verduistering, art. 70 lid 1 onder 2 jo. art. 72 Sr. Ad 1., 2. en 3. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 4. HR (ambtshalve): Om redenen vermeld in CAG is verduistering verjaard. HR zal OM in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in vervolging. CAG: Verjaringstermijn van art. 72 lid 2 Sr is aangevangen op 15 september 2011, zodat recht tot strafvordering is vervallen per 15 september 2023. Feit is verjaard na indiening schriftuur, zodat in cassatie hierover niet kon worden geklaagd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verduistering en strafoplegging (met uitzondering van schadevergoedingsmaatregel en verbeurdverklaring), n-o verklaring OM t.a.v. verduistering en terugwijzing.
HR 17-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1867
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02534
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1867, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1063, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑10‑2024
Essentie
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 2 Sr), oplichting (art. 326 lid 1 Sr) en verduistering (art. 321 Sr), en gewoontewitwassen (art. 420ter lid 1 jo. art. 420bis lid 1 Sr). 1. Bewijsklacht m.b.t. beschikkingsmacht verdachte over € 29.000 i.v.m. hoedanigheid zaakvoerder. 2. Bewijsklachten oplichting. 3. Verbeurdverklaring horloge, art. 33a lid 1 sub a Sr. Kon hof verbeurdverklaring baseren op art. 33a lid 1 sub a Sr, nu feiten mede zijn begaan voor inwerkingtreding van dat artikel? 4. Verjaring verduistering, art. 70 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.