Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/143
Jeugdzaak. Medeplegen verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. bruikbaarheid voor bewijs van verklaringen van getuige A en van herkenning van verdachte door getuige B bij enkelvoudige fotoconfrontatie, art. 359 lid 2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Klachten t.a.v. betrouwbaarheid van getuige A stellen eis die het recht niet stelt, nu rechter niet gehouden is om (ambtshalve) getuigen te horen alvorens vaststelling te doen over mate van detail en authenticiteit van eerder afgelegde verklaringen, terwijl het recht evenmin eis stelt om (ambtshalve) motivering ter zake op te stellen langs lijnen van rechtspsychologische inzichten die in schriftuur worden gesteld. Hof heeft wel degelijk gespecificeerd waar het de consistentie en authenticiteit uit afleidt. Hof heeft voldoende gereageerd op verweren. Klacht t.a.v. betrouwbaarheid van enkelvoudige fotoconfrontatie vindt geen steun in het recht, terwijl hof de geboden behoedzaamheid bovendien niet heeft veronachtzaamd. Hof heeft herkenning van verdachte ook bezien in samenhang met herkenning van medeverdachte (die getuige B wel reeds kende). Omstandigheid dat getuige B de naam van verdachte via zijn baas had gehoord, verklaart waarom hij die naam kende maar daaruit volgt niet zonder meer dat getuige bij fotoconfrontatie ook zou zijn ‘beïnvloed’ wat betreft herkenning als zodanig. Gelet hierop schiet reactie van hof op verweer geenszins tekort. Bovendien zou dit onderdeel zonder meer uit bewijsconstructie kunnen worden weggedacht, nu naam van verdachte ook door aangeefster (in haar voor bewijs gebruikte verklaring) wordt genoemd en verdachte ook door getuige A (in haar voor bewijs gebruikte verklaring) is herkend, terwijl uit dit bewijsmiddel blijkt dat zij verdachte wel kende. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/144.
HR 17-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1868
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/03520 J
- Conclusie
plv.​ A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Jeugdstrafrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1868, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1155, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑11‑2024
Essentie
Jeugdzaak. Medeplegen verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. bruikbaarheid voor bewijs van verklaringen van getuige A en van herkenning van verdachte door getuige B bij enkelvoudige fotoconfrontatie, art. 359 lid 2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Klachten t.a.v. betrouwbaarheid van getuige A stellen eis die het recht niet stelt, nu rechter niet gehouden is om (ambtshalve) getuigen te horen alvorens vaststelling te doen over mate van detail en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.