RvdW 2025/140:Lokaalvredebreuk door politiebureau op vordering van politieambtenaar niet te verlaten, art. 1391 lid Sr. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 1 sub b Sv. Zijn e-mailbericht van raadsman en brief van verdachte om cassatieberoep in te stellen binnen cassatietermijn bij hof ingekomen? 2. Ontbrekend uitgewerkt p-v van tz. in hoger beroep (art. 327a lid 3 Sv) en ontbrekende bewijsmiddelen (art. 359 lid 3 en 359 lid 8 Sv). Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG is beroep ontvankelijk. CAG: E-mailbericht van raadsman is op laatste dag van cassatietermijn maar na sluitingstijd griffie hof (om 19:24 uur) bij griffie binnengekomen. Uit poststempel dat op brief van verdachte is geplaatst die in cassatie is overgelegd in samenhang met brief die zich bij stukken van geding bevindt, kan voldoende steun worden afgeleid voor gang van zaken die steller van middel in schriftuur uiteenzet. Dat betekent dat brief binnen cassatietermijn bij medewerker van paleis van justitie is binnengekomen. Deze brief kan niet anders worden verstaan dan als uiting van wens van verdachte om tegen arrest hof cassatieberoep in te stellen en moet worden opgevat als bijzondere volmacht a.b.i. art. 450 lid 1 sub b Sv verleend aan medewerker griffie (art. 450 lid 3 Sv). Dat brief van verdachte, zoals uit brief van hof kan worden afgeleid, pas buiten termijn op griffie hof is beland, mag niet voor rekening van verdachte komen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Bij de door hof aan HR gezonden stukken bevinden zich geen uitgewerkt p-v van de in h.b. gehouden tz. en aanvulling met b.m. Redenen waarom uitwerking achterwege is gebleven kunnen uit de door voorzitter hof ondertekende brief worden afgeleid (cassatieberoep zou te laat zijn ingesteld). Volgt vernietiging en terugwijzing.