Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/141
Medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311 lid 1 Sr. 1. Bewijsklachten. 2. Is arrest hof in strijd met art. 5 lid 2 jo. art. 6 lid 2 Wet RO niet gewezen door 3 rechterlijke ambtenaren ‘van wie een als voorzitter optreedt’, althans heeft in strijd met (ratio van) art. 7 lid 1 Wet RO na sluiting van onderzoek ttz. een ‘voorzitterswissel’ plaatsgevonden? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 17-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1566
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02049
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1566, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1068, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑10‑2024
Essentie
Medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311 lid 1 Sr. 1. Bewijsklachten. 2. Is arrest hof in strijd met art. 5 lid 2 jo. art. 6 lid 2 Wet RO niet gewezen door 3 rechterlijke ambtenaren ‘van wie een als voorzitter optreedt’, althans heeft in strijd met (ratio van) art. 7 lid 1 Wet RO na sluiting van onderzoek ttz. een ‘voorzitterswissel’ plaatsgevonden? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02049
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.