Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/9.4.2.2:9.4.2.2 ‘Dynamische 403-aanspraak’-opvatting
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/9.4.2.2
9.4.2.2 ‘Dynamische 403-aanspraak’-opvatting
1
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85621:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Dooren spreekt over ‘dynamische vordering’. Ik heb uit oogpunt van consistentie met mijn woordgebruik 403-vordering vervangen door 403-aanspraak.
Van Dooren, 2015, p. 380 – 386.
T.a.p. p. 382 – 383.
T.a.p. p. 383 – 385.
T.a.p. p. 382.
Hiermee geeft hij aan zijn eigen opvatting een soortgelijk verwijt als aan de ‘één vordering/ twee schuldenaren’-opvatting.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door Van Dooren2 die de één vordering/twee schuldenaren-opvatting in strijd acht met het Bia Beheer arrest,3 worden verschillende varianten binnen de hoofdelijkheid onderscheiden, te weten directe hoofdelijkheid, 403-aanspraak als onafhankelijk nevenrecht4 en dynamische 403-aanspraak.5 Onder directe hoofdelijkheid verstaat hij de uitleg van de hoofdelijkheid van de Hoge Raad, althans zoals hij deze interpreteert. De variant onafhankelijk nevenrecht houdt bij hem in dat de 403-aanspraak als een onafhankelijk nevenrecht wordt gezien dat nauw verbonden is met de vordering op de 403-rechtspersoon en deze versterkt.6 In deze opvatting betekent de overgang van de vordering op de 403-rechtspersoon aan een ander dat ook de 403-aanspraak overgaat en dat de 403-aanspraak een hoofdelijke schuld van de 403-aansprakelijke maatschappij blijft, en daarmee onafhankelijk bestaat van de vordering op de 403-rechtspersoon.
De opvatting van wat de auteur de ‘dynamische 403-aanspraak’ noemt, brengt mee dat als de vordering op de 403-rechtspersoon wordt overgedragen, de 403-aansprakelijke maatschappij geen schuld meer heeft aan de overdragende partij. Daarom kan de overdragende partij geen beroep doen op de 403-verklaring en is zijn 403-aanspraak verdwenen. Deze verdwijnt uit het vermogen van de overdragende partij. De 403-rechtspersoon heeft wel een schuld aan degene aan wie de vordering op hem is overgedragen. Op grond van de 403-verklaring is de 403-aansprakelijke maatschappij hiervoor aansprakelijk. De 403-aanspraak komt daardoor in het vermogen van de degene aan wie is overgedragen. Deze wisselende 403-aanspraak noemt de auteur de ‘dynamische 403-aanspraak’. Hij merkt hierover wel op dat uit het Bia Beheer arrest is af te leiden dat de Hoge Raad deze opvatting niet volgt, omdat in deze casus de crediteur zijn vordering op de 403-rechtspersoon tegen finale kwijting had geschikt en toch het tekort op zijn vordering kon verhalen op de 403-aansprakelijke maatschappij.7