Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/9.4.3:9.4.3 Rechtvaardigingsgronden
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/9.4.3
9.4.3 Rechtvaardigingsgronden
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940562:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 15 juni 2007, V-N 2007/28.9, BNB 2007/251, r.o. 3.3.
Zie paragraaf 9.3.1.1 hiervoor. In de strafrechtelijke dogmatiek pleegt het onderscheid echter te worden opgehangen aan de begrippen wederrechtelijkheid enerzijds en verwijtbaarheid anderzijds. Rechtvaardigingsgronden zouden dan (alleen) de wederrechtelijkheid wegnemen. Dit onderscheid moet evenwel niet al te strikt genomen worden, zie De Hullu 2006, p. 274 e.v..
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtvaardigingsgronden zijn bij de Vierde Tranche Awb expliciet erkend als exoneratiegrond voor de (fiscale) bestuurlijke boete.1 Zoals ik in paragraaf 9.4.1.1 heb opgemerkt, wordt in fiscalibus – anders dan in het strafrecht – echter geen scherp onderscheid aangebracht tussen rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden. Bovendien komt in het fiscale recht geen indeling naar verschillende soorten schulduitsluitingsgronden voor. In plaats daarvan fungeert AVAS als containerbegrip. Het is mijn overtuiging dat – in het bijzonder bij verzuimboetes – ook een beroep op een rechtvaardigingsgrond pleegt te worden getransformeerd tot een AVAS-verweer. De Hoge Raad overwoog in dit verband het volgende:
‘Een inhoudingsplichtige kan immers met vrucht een beroep doen op afwezigheid van alle schuld indien hij stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verschuldigde bedrag tijdig op de rekening van de belastingdienst zou zijn bijgeschreven. (…).’2
Uit deze overweging leid ik af dat de Hoge Raad vond, dat er in wezen sprake was geweest van overmacht: de boeteling had immers al het redelijke gedaan dat in zijn macht lag. Toch kwalificeerde de Hoge Raad deze rechtvaardigingsgrond als AVAS. Op zichzelf is dat niet bezwaarlijk: zowel rechtvaardigingsgronden als schulduitsluitingsgronden nemen uiteindelijk het verwijt weg (hetzij op het niveau van het feit, hetzij op het niveau van de dader).3 Om deze reden sluit ik mij aan bij het gebruik om in de sfeer van de fiscale bestuurlijke boete bij wijze van containerbegrip te spreken van AVAS, ook waar het gaat om rechtvaardigingsgronden zoals overmacht. Ik verwijs voor de bewijslastverdeling terzake dan ook naar de behandeling van AVAS en andere schulduitsluitingsgronden in paragraaf 9.4.1.