Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3:9.3 Beantwoording van het tweede deel van de onderzoeksvraag en aanbevelingen
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3
9.3 Beantwoording van het tweede deel van de onderzoeksvraag en aanbevelingen
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362903:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de hand van het stappenplan beantwoord ik het tweede deel van de onderzoeksvraag:
Op welke wijze kan het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht worden ingericht, zodat het in lijn is met de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt?
Op grond van de onderzoeksresultaten en de daaruit getrokken conclusies kom ik voor de vijf geconstateerde verschillen tot vier aanbevelingen. De eerste drie aanbevelingen hebben betrekking op de wijze waarop het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht in overeenstemming kan worden gebracht met het kenbaarmakingsbeginsel. De laatste aanbeveling ziet op de wijze waarop rechtstoepassers met het kenbaarmakingsbeginsel om kunnen gaan en ziet daarmee op het vijfde geconstateerde verschil. Ik onderzoek ook de wenselijkheid om het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht in overeenstemming te brengen met het kenbaarmakingsbeginsel en de haalbaarheid daarvan.
9.3.1 Stap 1: Wordt het Unierecht ten uitvoer gebracht?9.3.2 Stap 2: Is sprake van een adressaat van een bezwarend overheidsbesluit?9.3.3 Stap 3: Heeft de belanghebbende zijn standpunt naar behoren en effectief kenbaar kunnen maken?9.3.4 Stap 4: Is een beperking gerechtvaardigd?9.3.5 Stap 5: Welke gevolgen kunnen aan een schending worden verbonden?