Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/7.8.1
7.8.1 Tekortkoming en schadevergoeding
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS197012:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nr. 222. In beginsel kan de schuldeiser kiezen tussen nakoming en schadevergoeding, maar de keuzevrijheid wordt beperkt door de eisen van redelijkheid en billijkheid (HR 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9311, NJ 2001/79 (Multi Vastgoed/Nethou)). Zie ook Scheltema, Nakoming (Mon. BW nr. B32a) 2016/1.
Nr. 223.
Krans, in: De Jong, Krans & Wissink, Verbintenissenrecht algemeen (SBR 4) 2018/95; Huydecoper, Reële executie (Mon. BW nr. A13) 2011/8. Over schadevergoedingsvorderingen bij contractuele verplichtingen in het Engelse recht, zie Krans 1999/1.17. In nt. 87 bij 7.4 is gewag gemaakt van een vordering tot nakoming van een verplichting waarop het recht van de staat New York van toepassing was (in de zaak ABN Amro). Voor zover bekend heeft die vordering niet tot een veroordeling geleid.
Tjittes, RMThemis 2001, p. 161-162. Tjittes ziet in het arrest HR 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9311, NJ 2001/79 (Multi Vastgoed/Nethou) enige toe neiging tot het Anglo-Amerikaanse recht. Met het arrest wordt volgens hem aansluiting bewerkstelligd van het Nederlandse recht bij internationaal aanvaarde rechtsregels.
Krans, in: De Jong, Krans & Wissink, Verbintenissenrecht algemeen (SBR 4) 2018/95. Zie ook Huydecoper, Reële executie (Mon. BW nr. A13) 2011/6. Het arrest HR 5 januari 2001 (Multi Vastgoed/Nethou) markeert volgens Tjittes enig herstel van de historische banden van het Nederlandse contractenrecht (Tjittes, RMThemis 2001, p. 161-162).
Nr. 6 en 212. Brink heeft die veronderstelling verwoord (M. Brink, annotatie bij OK 4 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2476, JOR 2001/149 (HBG), nr. 5). Schadevergoeding ligt voor de hand als men er van uitgaat dat de rechter een vordering tot nakoming zal afwijzen. Zie daarover nr. 224-226.
De contracten bij aandelentransacties zullen gewoonlijk clausules over schadevergoeding bij niet-nakoming inhouden. Zulke clausules in contracten die zijn opgesteld naar Angelsaksisch recht of naar oud BW zullen extra aandacht in het debat hebben gevestigd op de schadevergoedingsmogelijkheid.
Daarbij maakt het niet uit of nakoming nog mogelijk is, dan wel blijvend of tijdelijk onmogelijk. Asser/Sieburgh 6-I 2016/317. Zie ook nr. 217-221.
De Jong, Niet-nakoming van verbintenissen (Mon. BW nr. B33) 2017/14. Dat toerekening de hoofdregel is, heeft consequenties voor de stelplicht en de bewijslast. In beginsel moet de schuldenaar stellen en bewijzen dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.
Art. 6:277 BW.
Causaal verband is geen onderscheidend thema voor de vraag naar de uiteindelijke uitwerking van onmiddellijke voorzieningen. Causaal verband tussen de onmiddellijke voorziening als oorzaak van de tekortkoming en de door de schuldeiser geleden schade wordt het verdere betoog verondersteld. Causaal verband kan, in de - sterk casuïstische - omstandigheden van het geval, ontbreken.
De inhoud en de omvang van verplichtingen tot schadevergoeding zijn geregeld in afdeling 6.1.10 BW.
In geval van blijvend onmogelijke nakoming is voor het ontstaan van de schadevergoedingsverplichting slechts toerekenbaarheid van de tekortkoming vereist (De Jong, Niet-nakoming van verbintenissen (Mon. BW nr. B33) 2017/3).
De Jong, in: De Jong, Krans & Wissink, Verbintenissenrecht algemeen (SBR 4) 2018/135.
De Jong merkt op dat het wettelijke stelsel voor schadevergoedingsplicht onderscheidt in enerzijds blijvende onmogelijkheid en anderzijds vertraging (De Jong, Niet-nakoming van verbintenissen (Mon. BW nr. B33) 2017/8).
Art. 6:74 lid 2 BW. De Jong, Niet-nakoming van verbintenissen (Mon. BW nr. B33) 2017/3 en 8. Over verzuim, art. 6:81 BW e.v., zie ook nr. 220. Zie De Jong, Niet-nakoming van verbintenissen (Mon. BW nr. B33) 2017/49.4 over de rol van verzuim in de heersende (enge) leer en in de ruime leer, waarvan De Jong voorstander is. Ik ga daar hier niet op in.
Verzuim wordt verondersteld waar het vereist is, zie nr. 220.
Tijdelijke onmogelijkheid is een vorm van vertraging (De Jong, Niet-nakoming van verbintenissen (Mon. BW nr. B33) 2017/8).
[243] Bij tekortkoming in de nakoming heeft de schuldeiser in beginsel de keuze uit verschillende acties, waaronder de vordering tot nakoming en de vordering tot schadevergoeding.1 Naar Nederlands recht wordt de nakomingsvordering in beginsel toegewezen.2 Dat is anders in Angelsaksische stelsels, waar schadevergoeding de standaard is en veroordelingen tot nakoming de uitzonderingen zijn.3 Tjittes zet uiteen dat de rechter in die stelsels nakoming alleen beveelt als dat rechtvaardiger wordt gevonden dan schadevergoeding.4 Krans wijst er op dat het vroeger, onder het oude Burgerlijk Wetboek, ook in Nederland vanzelfsprekend was dat veroordelingen om te geven, te doen of na te laten werden opgelost in schadevergoeding.5 In het debat over conflicten tussen onmiddellijke voorzieningen en contractuele verplichtingen domineerde de veronderstelling, dat zo’n botsing (slechts) zou kunnen leiden tot een schadevergoedingsverplichting van de rechtspersoon tegenover zijn wederpartij.6 Mogelijk heeft de invloed van het Angelsaksische recht en het oud BW een rol gespeeld bij die veronderstelling.7
[244] Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar in beginsel tot het vergoeden van de schade die de schuldeiser door die tekortkoming lijdt.8 Een tekortkoming bestaat uit het geheel of gedeeltelijk uitblijven van nakoming of uit niet tijdige of niet behoorlijke nakoming.9 Als de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend, is de verplichting tot schadevergoeding er niet. Toerekening is echter de hoofdregel.10 De betreffende bepalingen zijn van regelend recht.11
Vervangende schadevergoeding, die de prestatie zelf vervangt, valt niet te combineren met een vordering tot nakoming of een vordering tot ontbinding.12 Aanvullende schadevergoeding, die dient ter vergoeding van vertragingsschade of van gevolgschade, kan worden gevorderd naast nakoming, vervangende schadevergoeding of ontbinding.13 Voor het recht op schadevergoeding is causaal verband tussen de tekortkoming en schade nodig.14 Aan de inhoud en de omvang van verplichtingen tot schadevergoeding wordt geen aandacht besteed.15 Het gaat hier om de voorwaarden waaronder de verplichting tot schadevergoeding er is.
Men kan pas tekortkomen als de verbintenis opeisbaar is.16 Als de tekortkoming de schuldenaar wordt toegerekend, treedt de verplichting tot schadevergoeding meteen in, in geval nakoming blijvend onmogelijk is.17 In zo’n situatie kan terstond schadevergoeding worden gevorderd.18 Is nakoming niet blijvend onmogelijk, maar blijft deze uit, dan is deze vertraagd.19 Dan is er pas sprake van tekortkoming als de schuldenaar in verzuim is.20 Er kan bij nakoming die niet blijvend onmogelijk is, pas een recht van de schuldeiser op schadevergoeding ontstaan als is voldaan aan het vereiste van verzuim van de schuldenaar.21 De categorie van vertraging die in het kader van dit onderzoek enige aandacht krijgt, is die van de tijdelijke onmogelijkheid.22