Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/966
Alimentatieverordening. Bevoegdheid; begrip aanhangigheid in de zin van art. 12, lid 1; voorwaarden; verband tussen art. 12 en art. 13 (samenhangende verzoeken).
HvJ EU 06-06-2024, ECLI:EU:C:2024:467 (Geterfer)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
6 juni 2024
- Magistraten
O. Spineanu-Matei, J.-C. Bonichot, L.S. Rossi
- Zaaknummer
C-381/23
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Roepnaam
Geterfer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Europees personen- en familierecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:467, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 06‑06‑2024
- Wetingang
Art. 12, 13 Verordening (EG) nr. 4/2009 (Alimentatieverordening)
Essentie
ZO tegen JS.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Amtsgericht Mönchengladbach-Rheydt (Duitsland) bij beslissing van 19 juni 2023.
Alimentatieverordening. Bevoegdheid; begrip aanhangigheid in de zin van art. 12, lid 1; voorwaarden; verband tussen art. 12 en art. 13 (samenhangende verzoeken).
Art. 12 lid 1 Alimentatieverordening moet aldus worden uitgelegd dat wat de vaststelling betreft of er sprake is van aanhangigheid, de in deze bepaling gestelde voorwaarden volgens welke de verzoeken hetzelfde onderwerp moeten betreffen en tussen dezelfde partijen aanhangig moeten zijn, niet zijn vervuld wanneer op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.