RvdW 2024/951:Medeplegen diefstal met braak van een kassalade uit een winkel, art. 311 lid 1 onder 4 en 311 lid 1 onder 5 Sr. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van verbalisanten als getuigen over herkenning van verdachte op camerabeelden, op de grond dat met aanvullende p-v’s voldoende tegemoet is gekomen aan verdedigingsbelang. Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs. Voldoet procedure in haar geheel aan recht op eerlijk proces? ’s Hofs afwijzing van verzoek tot horen van verbalisanten, waaraan door verdediging ten grondslag is gelegd dat eerder in p-v’s neergelegde verklaringen een belastende strekking hebben, is niet z.m. begrijpelijk. HR neemt daarbij in aanmerking dat Rb en hof de bewezenverklaring hebben aangenomen mede op grond van die door verdachte betwiste verklaringen van die verbalisanten zonder dat verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces (vgl. NJ 2021/173, m.nt. J.M. Reijntjes; red.). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.