RvdW 2024/955:Profijtontneming, w.v.v. uit productie van en handel in valse bankbiljetten. Toerekening w.v.v. aan medebetrokkene. Kon hof oordelen dat aan medebetrokkene een bedrag van (slechts) € 6.820 van het in totaal door alle daders w.v.v. is toegerekend, nu als gevolg daarvan hof het aan betrokkene toegerekende deel van dat totaal w.v.v. op te hoog bedrag heeft geschat? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft overwogen dat het o.g.v. verklaring van medebetrokkene tot vaststelling komt dat aan medebetrokkene w.v.v. van € 6.820 moet worden toegerekend en heeft daarbij verwezen naar p-v verhoor medebetrokkene. Uit p-v van verhoor medebetrokkene is niet af te leiden dat medebetrokkene € 6.820 aan w.v.v. zou hebben genoten. HR doet zaak zelf af door schatting voordeel en betalingsverplichting te verminderen. CAG (anders t.a.v. strekking): vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2024/947, RvdW 2024/948, RvdW 2024/949, RvdW 2024/950, RvdW 2024/952, RvdW 2024/953 en RvdW 2024/954.