Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/967
Verordening Brussel II-bis. Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid in geval van ongeoorloofde overbrenging van een kind; terugkeerprocedure krachtens het Haags Kinderontvoeringsverdrag tussen een derde land en een lidstaat; begrip ‘verzoek tot terugkeer’ in de zin van art. 10.
HvJ EU 20-06-2024, ECLI:EU:C:2024:532 (Greislzel)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
20 juni 2024
- Magistraten
C. Lycourgos, O. Spineanu-Matei, J.-C. Bonichot, S. Rodin, L.S. Rossi
- Zaaknummer
C-35/23
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Roepnaam
Greislzel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:532, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 20‑06‑2024
ECLI:EU:C:2024:130, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 08‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Vader tegen Moeder in tegenwoordigheid van Kind L.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Oberlandesgericht Frankfurt am Main (Duitsland) bij beslissing van 16 januari 2023.
Verordening Brussel II-bis. Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid in geval van ongeoorloofde overbrenging van een kind; terugkeerprocedure krachtens het Haags Kinderontvoeringsverdrag tussen een derde land en een lidstaat; begrip ‘verzoek tot terugkeer’ in de zin van art. 10.
1) Art. 10 aanhef en onder b) i) Verordening Brussel II-bis moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling niet ophoudt van toepassing te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.