Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/959
Besturen motorrijtuig terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9 lid 2 WVW 1994). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. onverwacht afwezige verdachte, door hof afgewezen op de grond dat het simpele zaak betreft en betekening correct is. HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2020/230, m.nt. P.A.M. Mevis m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Raadsvrouw heeft hof verzocht onderzoek ttz. aan te houden, opdat verdachte bij behandeling van strafzaak aanwezig zou kunnen zijn. Raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat weliswaar om eenvoudige zaak gaat, maar dat in eerste aanleg gevangenisstraf van 2 weken is opgelegd, en dat (gelet op actuele persoonlijke omstandigheden van verdachte) van belang is dat hof zelf indruk krijgt van verdachte. Raadsvrouw heeft verder aangegeven dat zij van verdachte had begrepen dat hij vervoer naar tz. zou regelen en hij normaal gesproken altijd iets laat weten als hij niet komt, waarbij zij als mogelijkheid heeft geopperd dat verdachte in file staat of last heeft van boerenprotesten. Hof heeft verzoek afgewezen omdat het ‘simpele zaak’ betreft en ‘betekening correct (is)’. Daarmee heeft hof, gelet op beoordelingskader en in licht van wat raadsvrouw heeft aangevoerd, zijn beslissing niet toereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 08-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1396
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02881
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1396, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:650, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑06‑2024
Essentie
Besturen motorrijtuig terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9 lid 2 WVW 1994). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. onverwacht afwezige verdachte, door hof afgewezen op de grond dat het simpele zaak betreft en betekening correct is. HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2020/230, m.nt. P.A.M. Mevis m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Raadsvrouw heeft hof verzocht onderzoek ttz. aan te houden, opdat verdachte bij behandeling van strafzaak aanwezig zou kunnen zijn. Raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat weliswaar om eenvoudige zaak gaat, maar dat in eerste aanleg gevangenisstraf van 2 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.