Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/935
Zorgverzekeringsrecht. Moet in buitenland verleende zorg met aldaar toegelaten geneesmiddel worden vergoed?; criterium ‘plegen te bieden’ (art. 2.4 Besluit zorgverzekering). Ontbreken tariefregulering (art. 35 Wet marktordening gezondheidszorg). Ontbreken handelsvergunning in Nederland; geneesmiddelensluis (art. 2.4a Besluit zorgverzekering).
HR 11-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1416
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/00674
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Individuele gezondheidszorg
Gezondheidsrecht / Ordening en verzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1416, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:183, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
Zorgverzekeringsrecht. Moet in buitenland verleende zorg met aldaar toegelaten geneesmiddel worden vergoed?; criterium ‘plegen te bieden’ (art. 2.4 Besluit zorgverzekering). Ontbreken tariefregulering (art. 35 Wet marktordening gezondheidszorg). Ontbreken handelsvergunning in Nederland; geneesmiddelensluis (art. 2.4a Besluit zorgverzekering).
Samenvatting
Voor beantwoording van de vraag of een bepaalde medische behandeling behoort tot de zorg die de Nederlandse beroepsgroep pleegt te bieden, is bepalend of die medische behandeling behoort tot het door deze beroepsgroep aanvaarde zorgarsenaal, ongeacht of die behandeling feitelijk in Nederland of in het buitenland wordt uitgevoerd. Deze uitleg strookt met het uitgangspunt dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.