Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/2.4.2
2.4.2 Adviezen en voorstellen
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174214:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Commissie-Deetman 2006, p. 23, 27-28. In gelijke zin: Boone e.a. 2006, p. 125, 166.
Rapport visitatie gerechten 2006, p. 24-25. Ook in latere rapporten liet de Visitatiecommissie gerechten zich voorzichtig positief uit over meervoudige behandeling als kwaliteitsbevorderend instrument (2010, p. 6, 34, 48; 2014, p. 6, 17; 2018, p. 19-20).
Project Kwaliteitsnormen 2007, p. 52-55.
Ibidem, p. 13-14.
De maximale hoogte van vorderingen waarover de kantonrechter mocht beslissen was in 1827 200 gulden. Sinds 1942 was dit bedrag 500 gulden; sinds 1970 1500 gulden; sinds 1978 3000 gulden; sinds 1983 5000 gulden; sinds 1998 10.000 gulden; sinds 2002 5000 euro; en sinds 2011 ligt de grens voor de meeste vorderingen bij 25.000 euro.
Adviescommissie verbreding kantonrechtspraak en differentiatie werkstromen (commissie-Hofhuis), Ruim baan voor de burger, Raad voor de rechtspraak 2007, p. 21.
Kamerstukken II 2008-2009, 32.021, nr. 3, p. 21-22.
Werkgroep Bestuurlijke Onderbrenging Kantongerechten 2006, p. 15, 44.
Kamerstukken II 2011-2012, 33.316, nr. 3, p. 4; Kamerstukken II 2014-2015, 34.138, nr. 3, p. 29. In concreto gaat het om wijziging van artikel 16, tweede lid, Rv. Zie Dammingh 2014 en Wesseling-van Gent 2014.
Innoverende hoven. Agenda voor de appelrechtspraak 2020, 2013, p. 9, 10, 11, 15.
Advies Raad voor de rechtspraak bij het wetsvoorstel enkelvoudig hoger beroep kantonzaken, 10 november 2011, p. 3. Ook Klaassen leverde kritiek (2015, p. 1031).
Handelingen II 2012-2013, 33 316, nr. 94, p. 83-84; Kamerstukken II 2012-2013, 33 316, nr. 6, p. 12-13.
Sagel 2014; Kamerstukken II 2011-2012, 33 316, nr. 4, p. 2 (advies Raad van State).
De jaren 2006 en 2007 brachten een reeks rapporten met aanbevelingen voor de rechtspraak. Zo signaleerde de commissie-Deetman in een breed onderzoek naar het functioneren van de rechterlijke organisatie dat de inhoudelijke kwaliteit onder druk was komen te staan – of in elk geval dat dit door rechters zo werd ervaren. Het sinds 2002 gebruikte financieringsmodel en de sterk stijgende instroom van zaken waren hier debet aan.1 De Visitatiecommissie gerechten plaatste eveneens kritische kanttekeningen bij het streven naar efficiency en de wijze van financiering van de gerechten. Alleenrechtspraak is weliswaar sneller en goedkoper, maar het belang van een zaak, de moeilijkheidsgraad of de publicitaire gevoeligheid ervan kunnen volgens de Visitatiecommissie meervoudige behandeling vereisen. Ze raadde gerechten en sectoren aan duidelijk te bepalen welke zaken naar een enkelvoudige kamer kunnen en welke naar een meervoudige moeten.2
Een projectgroep van de Raad voor de rechtspraak werd ingesteld om te bepalen wanneer meervoudige behandeling geboden is. Deze Projectgroep Kwaliteitsnormen concludeerde dat dat het geval is:
als een belangrijke of principiële rechtsvraag voor het eerst of afwijkend van andere uitspraken wordt beantwoord alsook bij nieuwe regelgeving,
bij maatschappelijke gevoeligheid of publiciteit,
bij opleidingsbelang,
bij groot financieel belang,
als specialistische kennis vereist is,
bij complexe zaken.
Bij complexe civiele zaken gaat het volgens de projectgroep zoal om letselschade, intellectueel eigendom, mededingingszaken, medische aansprakelijkheid, fusies en overnames, financiële constructies, vermogensbeheer, openbare aanbesteding, ondernemingsrecht en corporate governance. Familiezaken die het beste collegiaal kunnen worden behandeld gaan over internationale kinderontvoeringen en ontheffing of ontzetting op tegenspraak. Dat geldt ook voor alimentatiezaken, boedelscheidingen, zaken van internationaal privaatrecht en jeugdbeschermingszaken, als deze van complexe aard zijn. Complexe strafzaken zijn onder andere zware zaken waarin zes tot twaalf maanden gevangenisstraf wordt geëist dan wel een tbs-/isd-maatregel (plaatsing in een inrichting van veroordeelden met een psychiatrische stoornis respectievelijk draaideurcriminelen) of pij-maatregel (‘jeugd-tbs’). Ook roekeloos rijgedrag met ernstig ongeval tot gevolg, stalking, witwassen, criminele organisatie, cybercrime, complexere ontnemingszaken, proefprocessen en bijzondere wetten vragen om meervoudige behandeling. Voorbeelden van complexe bestuurszaken zijn niet gegeven.3 De projectgroep heeft ook de normen voor meervoudige behandeling en meelezen van enkelvoudige uitspraken geformuleerd die in de jaarplannen van de rechtspraak in de jaren 2008-2010 zijn opgenomen.4
Lang voordat er zelfs aan normen voor meervoudige behandeling werd gedacht, werd er in politieke en rechterlijke kringen gediscussieerd over iets wat eerder op het tegendeel daarvan lijkt, namelijk over verruiming van de bevoegdheid van enkelvoudige kamers. Voor zowel de politierechter als de kantonrechter heeft dat ook daadwerkelijk geleid tot een ruimere competentie (zie paragraaf 2.3). Tot de jaren zeventig was de bevoegdheid van de kantonrechter wat betreft de hoogte van de vorderingen die hij mocht behandelen slechts één keer verruimd. Sindsdien is dat zes maal gebeurd en wel om diverse redenen: door geldontwaarding, ‘economische omstandigheden’, om rechtbanken te ontlasten dan wel om meer zaken enkelvoudig te laten afdoen en om rechtzoekenden gemakkelijker in staat te stellen zonder advocaat te procederen.5
Aan de verbreding van het werkterrein van de kantonrechter ging onderzoek van de commissie-Hofhuis vooraf. Zij adviseerde de competentiegrens voor kantonzaken te verhogen tot 25.000 euro alsook om verwijzing door de kantonrechter naar een meervoudige kamer mogelijk te maken.6 De meervoudige kamer zou na verwijzing de regels van de kantonprocedure, zoals de mogelijkheid om in persoon te procederen en om standpunten mondeling uiteen te zetten, moeten blijven volgen.7 Dit voorstel ging nog verder dan het advies van de Werkgroep Bestuurlijke onderbrenging kantongerechten uit 2006, waarin de wetgever werd aanbevolen om meervoudige afdoening van kantonzaken mogelijk te maken als die van groot maatschappelijk belang zijn.8 De commissie-Deetman had eerder juist geadviseerd om kantonrechtspraak enkelvoudig te houden met behoud van doorverwijsmogelijkheid naar de civiele kamer. Aan dit laatste advies heeft de wetgever gehoor gegeven.
De laatste jaren is enkelvoudige behandeling in de gerechtshoven in het vizier. In 2011 diende de regering een wetsvoorstel in om alle civiele kantonzaken die naar het oordeel van de meervoudige kamer van het hof daarvoor geschikt zijn en niet in eerste aanleg door een meervoudige kamer zijn beslist, door een enkelvoudige kamer te laten behandelen. Deze mogelijkheid zou bij moeten dragen aan een eenvoudigere en snellere afdoening van zaken in hoger beroep en tot verminderde werklast van de gerechtshoven. Wélke zaken in aanmerking komen om aan een unusraadsheer voor te leggen, mochten de hoven zelf uitmaken.9
De reacties op het voorstel waren verdeeld. In het rapport Innoverende hoven. Agenda voor de appelrechtspraak 2020, geschreven door rechters en wetenschappers, werd het voorstel omarmd. Een ‘gedifferentieerde aanpak’ zou bijdragen aan verkorting van de doorlooptijden bij de hoven.10 De Raad voor de rechtspraak wees het voorstel af. Hij meende dat de alleenrechtspraak in hoger beroep tot een aanzienlijk verlies aan kwaliteit zou leiden, terwijl de positieve effecten als nihil of zeer beperkt werden ingeschat. De Raad toonde zich in zijn advies opmerkelijk enthousiast over meervoudige rechtspraak: zij vermindert de invloed van individuele opinies, draagt bij aan het doordenken van zaken in al hun aspecten en voorkomt dat feiten over het hoofd worden gezien. De Raad noemde meervoudige behandeling van zaken een kernelement van de kwaliteit in hoger beroep.11 De minister wees er tijdens de behandeling van het wetsvoorstel herhaaldelijk op dat de hoven niet verplicht worden tot enkelvoudige behandeling, maar daar zelf voor kunnen kiezen.12 Toch roken enkelen onraad. Hun argument kwam hierop neer: meervoudige behandeling van kantonzaken in hoger beroep stond voor de komende jaren al ingeboekt in de rijksbegroting. Daarom kon de minister vrijelijk zeggen dat hoven ook in financiële zin vrij waren te kiezen voor meervoudige afdoening: het geld ervoor was toch al gereserveerd. Maar daarmee is niet uitgesloten dat in de toekomst wel op enkelvoudige behandeling ‘gestuurd’ zal worden. De vrees daarvoor werd aangewakkerd doordat de minister tijdens de behandeling verzekerde dat er ‘nog geen financiële gevolgen voor de gerechten’ aan meervoudige behandeling waren verbonden.13 In 2017 heeft het kabinet het wetsvoorstel ingetrokken wegens onvoldoende draagvlak in de Eerste Kamer.14