Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/1
Hoofdstuk 1 Inleiding
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686184:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er is discussie in de literatuur of naast dit oorspronkelijke doel er thans geen andere doelen bij zijn gekomen, zoals bijvoorbeeld behoud van werkgelegenheid. Zie nader o.a. Verstijlen 1998, p. 34 e.v. en Van Hees 2004. Zie voorts Vriesendorp 2013, p. 136 en 137 die stelt dat naast liquidatie thans ook reorganisatie een doel is geworden en Luttikhuis 2007, p. 26 e.v. In HR 11 juli 2014, NJ 2014/407 (ABN Amro/Berzona) onder 3.4.1., HR 24 maart 2017, NJ 2018/225 onder 3.3.2 en HR 24 april 2020, NJ 2020/291 onder 4.2.2. draagt de Hoge Raad nog onverkort het standpunt uit dat “het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers.”. Sinds de Wet versterking positie curator van kracht is, is de bestrijding van faillissementsfraude in ieder geval een officieel nevendoel. Zie artikel 68 lid 2 Fw. Zie voorts Kamerstukken II 2014/15, 34253, nr. 3, Memorie van toelichting.
Franken 2019, p. 41, Vriesendorp 2013, p. 7, Asser/Van Mierlo & Krzeminski 2020/6, Verstijlen 2006, p. 1160 en Rank-Berenschot 1993, p. 104.
Onderzoeksthema
Het hoofddoel1 van het faillissement is het vermogen van de schuldenaar liquide te maken, zodat vervolgens de netto-opbrengst onder de gezamenlijke schuldeisers verdeeld kan worden. Uitgangspunt bij de verdeling is een in artikel 3:277 lid 1 BW neergelegde regel, die in de literatuur afwisselend wordt aangeduid als de paritas creditorum, het beginsel van de paritas creditorum, het gelijkheidsbeginsel of het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers.2 De in artikel 3:277 lid 1 BW neergelegde regel zal ik hierna uitsluitend aanduiden als de paritas creditorum. Die regel luidt: “Schuldeisers hebben onderling een gelijk recht om, na voldoening van de kosten van de executie, uit de (netto-) opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang”. In deze studie staat deze paritas creditorum centraal.
Hierna wordt in paragraaf 1.1 ingegaan op de literatuur over de paritas creditorum. Vervolgens wordt in paragraaf 1.2 de probleemstelling besproken. Die probleemstelling vormt de aanleiding om dit onderzoek in te stellen. De onderzoeksvragen die in dit verband worden gesteld, worden besproken in paragraaf 1.3. In paragraaf 1.4 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. In paragraaf 1.5 wordt besproken welke beperkingen in het onderzoek worden aangebracht. Daarna wordt in paragraaf 1.6 de relevantie van het onderzoek toegelicht. Tot slot wordt in paragraaf 1.7 het plan van behandeling besproken.
1.1 State of the art1.2 Probleemstelling1.3 Onderzoeksvragen1.4 Onderzoeksmethoden1.5 Reikwijdte onderzoek1.6 Relevantie onderzoek1.7 Plan van behandeling