Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.4.2.6
5.4.2.6 Implementatie in lidstaten
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193755:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Deze bepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 4 CSSF circular 18/698.
Art. 102 lid 1 sub c OPC-Law 2010 en Punt 76 CSSF circular 18/698.
Paragraaf 4.2.1 (punt 78, 79 en 80) CSSF circular 18/698.
Paragraaf 4.2 CSSF circular 18/698.
Paragraaf 4.2.2 en 4.2.3 CSSF circular 18/698.
Paragraaf 4.2.4 (punt 100-102) CSSF circular 18/698.
Punt 59 en 65 CSSF circular 18/698.
Paragraaf 4.1.2 en 4.1.3 CSSF circular 18/698.
Punt 69 CSSF circular 18/698.
Art. 97 lid 1 en 2 CB UCITS Regulations 2015.
Art. 17 lid 1 sub c EC Regulations 2011 en art. 97 en 100 CB UCITS Regulations 2015. Aan de vereisten in deze bepalingen is verder invulling gegeven middels Central Bank, Fund management guidance, december 2016.
Art. 97 lid 1 en Schedule 10 CB UCITS Regulations 2015. Het gaat om de volgende bestuurlijke verantwoordelijkheden: regulatory compliance, risicobeheer van de icbe’s, operationeel risicobeheer, beheer van beleggingen, de kapitaalvereisten en distributie. Procedures moeten invulling geven aan deze verantwoordelijkheid. De taken en verantwoordelijkheden zijn uitgewerkt in Central Bank, Fund management guidance, hoofdstuk IV, december 2016.
Art. 97 lid 1 sub a CB UCITS Regulations 2015 en Central Bank, Fund management guidance, p. 136, december 2016.
Central Bank, Fund management guidance, hoofdstuk 3, december 2016.
Art. 100 lid 7 sub a CB UCITS Regulations 2015 en Central Bank, Fund management guidance, hoofdstuk 2, december 2016.
Art. 100 lid 7 sub b CB UCITS Regulations 2015.
Art. 98 CB UCITS Regulations 2015. Aan de vereisten in deze bepaling is verder invulling gegeven middels Central Bank, Fund management guidance, hoofdstuk 1, december 2016.
In Ierland en Luxemburg zijn de verantwoordelijkheden van de hoogste leiding verder uitgewerkt. In Luxemburg zijn gedetailleerde vereisten opgesteld voor zowel de hoogste leiding als het bestuur van de beheerder.1 De hoogste leiding wordt aangeduid met de term ‘senior management’ en de individuele leden van het senior management worden aangeduid met ‘conducting officers’.2 Er dienen ten minste twee conducting officers aangesteld te worden en deze conducting officers moeten in Luxemburg resideren of in de buurt van Luxemburg wonen zodat zij dagelijks Luxemburg kunnen aandoen.3 Deze officers moeten in Luxemburg vergaderen en periodiek aan het bestuur rapporteren. Het is expliciet toegestaan om als conducting officer leiding te geven aan twee beheerders als de waarde van de portfolio’s die deze beheerders beheren minder dan EUR 1,5 miljard is en er ten minste 2 fte door het gehele senior management worden besteed aan één beheerder.4 De taken moeten bovendien schriftelijk verdeeld zijn. Er gelden ook vereisten ten aanzien van kennis en ervaring en de organisatie van het senior management.5 Zo is bijvoorbeeld bepaald dat ten minste maandelijks vergaderd dient te worden en dat de notulen van die vergadering bewaard moeten worden in Luxemburg.6
Daarnaast kent Luxemburg ook uitgebreidere vereisten en aanzien van het bestuur van de beheerder. Dit dient uit minimaal drie leden te bestaan en indien de beheerder een beleggingsmaatschappij beheert, mag het bestuur van deze entiteiten niet hoofdzakelijk uit dezelfde personen bestaan.7 De bestuurders dienen aan uitgebreide kennis- en ervaringsvereisten te voldoen en er zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de minimale tijdsbesteding van de bestuurders aan de beheerder.8 Deze zijn echter niet heel strikt en staan een bestuurder toe om tot 20 verschillende posities in gereguleerde entiteiten te vervullen.9
In Ierland zijn de belangrijkste verantwoordelijkheden gegeven aan de board of directors van de beheerder.10 Er zijn veel bepalingen opgesteld ten aanzien van de verantwoordelijkheden van het bestuur en de invulling die het bestuur daaraan moet geven aan deze verantwoordelijkheden.11 Zo zijn de bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden gedetailleerd beschreven.12 Een specifieke bestuurder dient aangewezen te worden als verantwoordelijke op dagelijkse basis voor elk van de onderscheiden taken. Een directeur kan voor meerdere taken als verantwoordelijke worden aangemerkt.13 Ook zijn bepalingen opgesteld ten aanzien van de compositie van het bestuur en is er een uitvoerige uitwerking van de minimale tijd die bestuurders moeten besteden aan hun taak.14 Tot slot dient een ‘onafhankelijke directeur’ (doorgaans de voorzitter) een organisational effectiveness role op zich te nemen.15 Met onafhankelijk wordt bedoeld dat deze persoon geen verantwoordelijkheid heeft voor één van de eerder genoemde bestuurlijke taken.16 Ook aan delegatie zijn de nodige bepalingen gewijd.17
In Nederland is de term ‘de personen die het dagelijkse beleid bepalen’ gehanteerd voor de hoogste leiding. De verantwoordelijkheid van deze personen komt overeen met de verantwoordelijkheden die de Richtlijn hun toedicht.18