De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/6.7:6.7 Procesbeleving
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/6.7
6.7 Procesbeleving
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174081:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld Jonkers 2013; Regioplan Beleidsonderzoek en Synovate 2011; Van der Linden 2010.
Lind & Tyler 1988; Leventhal 1980; Thibaut & Walker 1975.
Van der Linden 2010, paragraaf 6.2; Van der Linden, Klijn & Van Tulder 2009, p. 40-41.
Van der Linden 2008, p. 53; Ippel & Heeger-Hertter 2006, p. 119.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De procesbeleving van partijen in een geschil onderzocht is meerdere keren onderzocht.1 Daaruit blijkt dat de mate waarin rechtzoekenden tevreden zijn over een procedure niet alleen afhangt van de uitkomst daarvan, zoals de distributieve rechtvaardigheidstheorie stelt. Weliswaar ervaren rechtzoekenden een procedure sneller als rechtvaardig als die resulteert in een eerlijke verdeling, maar evenzeer van invloed is de mate waarin zij de procedure zelf als rechtvaardig ervaren. Volgens deze procedurele rechtvaardigheidstheorie laten rechtzoekenden hun beoordeling van de procedure vooral afhangen van de consistentie van de procedure, de neutraliteit van de beslisser, de juistheid van de informatie die aan de beslissing ten grondslag ligt, de mogelijkheid om onjuiste of onrechtvaardige beslissingen te herstellen, de mate waarin rechtzoekenden ten overstaan van de beslisser hun verhaal kunnen doen en gehoord worden (voice), en of het besluitvormingsproces overeenkomstig de waarden van de rechtzoekenden is.2
Deze reeks toont aan dat rechtzoekenden het waarderen als rechters laten merken zich goed in de zaak te hebben verdiept en begrijpen waar ze over gaat. Soms wordt aan voorwaarden voor procedurele rechtvaardigheid ook procescontrole toegevoegd, wat inhoudt dat rechtzoekenden invloed op de procedure kunnen uitoefenen, bijvoorbeeld door bewijs of argumenten in te brengen. Verder worden informatieve en interpersoonlijke rechtvaardigheid regelmatig voorgesteld als belangrijke voorwaarden voor een rechtvaardig geachte procedure. Deze komen erop neer dat de rechter rechtzoekenden goed informeert respectievelijk respectvol bejegent en serieus neemt.
In dit onderzoek is niet aan partijen, raadslieden en rechters gevraagd hoe zij het proces hebben beleefd en derhalve is deze vraag niet goed te beantwoorden. Toch is op grond van de waarnemingen wel een beeld van de procedurele, informatieve en interpersoonlijke rechtvaardigheid te geven. Uit onderzoek blijkt dat het volgende gedrag aantoonbaar bijdraagt aan een wenselijk resultaat van een zitting: het voorstellen van de rechter en griffier, een korte uitleg vooraf van wat er aan de orde komt, een korte samenvatting van de zaak, het uit laten spreken van personen en een samenvatting van het betoog van partijen waarmee de rechters tonen goed te hebben geluisterd en begrepen wat partijen bedoelen.3 Met uitzondering van het voorstellen en, in mindere mate, het uit laten spreken, is in de bijgewoonde zittingen aan alle aspecten ruimschoots recht gedaan. Van eerdergenoemde elementen van procedurele, informatieve en interpersoonlijke rechtvaardigheid scoren met name neutraliteit, voice, procescontrole, informatie en respectvolle bejegening hoog. Veel van de hiervoor vermelde fragmenten kunnen dit illustreren.
Uit ander onderzoek blijkt dat partijen een actieve opstelling van de rechter waarderen, maar dat partijen niet altijd te spreken zijn over de wijze waarop een rechter hen tot een schikking beweegt. Soms ervaren ze dwang, soms nemen ze het de rechter kwalijk dat hij te weinig heeft ondernomen.4 Uit de geobserveerde zittingen is op te maken dat partijen het waardeerden als rechters deden wat in hun vermogen lag om er samen uit te komen. Meervoudige behandeling draagt daaraan bij als rechters ter zitting gezamenlijk moeite doen partijen tot elkaar te brengen of in elk geval instemming betuigen met de poging van een rechter daartoe. Zulks is bijvoorbeeld op te maken uit de volgende passage van een zitting, waarin zowel rechters als partijen en advocaten participeerden:
Voorzitter: ‘Wilt u nog een reflectiemoment?’
Partijen overleggen fluisterend met hun advocaat.
Advocaat van S: ‘Ik begrijp niet wat u bedoelt met de opmerking van langetermijnbelang.’
Oudste rechter: ‘Wij bedóelden: wellicht is er aanleiding dat T aan S tegemoet kan komen, al is T daartoe niet verplicht. U komt uit hetzelfde dorp, u komt elkaar vast weer tegen…’
T: ‘Wij hebben een voorstel gedaan. Dat is niet geaccepteerd.’
Advocaat van T [tegen de rechter]: ‘Ik waardeer uw inspanningen en ik begrijp dat u ons graag ziet praten, maar het moet wel zin hebben.’
S: ‘Toen het voorstel werd gedaan, lag de zaak nog anders.’
Advocaat van T: ‘Er zijn grote kosten gemaakt in de procedure, er moet een keer een eind aan komen.’
Jongste rechter: ‘Die kosten kunnen zo nog groter worden.’
Voorzitter: ‘Een vonnis is mogelijk, maar u kunt ook proberen er nog uit te komen.’
T: ‘Dat eerste.’