Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.5
5.5 Kracht van gewijsde
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS375841:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HvJ EG 22 november 1977, 43/77, Jur. 1977, p. 2175, NJ 1978, 339 (JO), Industrial Diamonds/Riva. Juist het vereiste van de wettelijke termijn voor het instellen van het rechtsmiddel sluit bijzondere rechtsmiddelen - bijv. herziening - van de toepassing uit.
Europees Parlement, A5-010812003, p. 14.
Zie paragraaf 3.6.2.
De opvatting van het Europees Parlement brengt een inbreuk op het nationaal procesrecht teweeg. Door het gelasten van een betalingsbevel is de procedure formeel nog niet afgerond. Er mag nog niet tot een feitelijke executie worden overgegaan. De executie is eerst na het verlopen van een termijn voor het instellen van een verweer mogelijk.
Ten aanzien van een voorlopige maatregel wordt opgemerkt dat deze in sommige gevallen aan bijzondere voorwaarden moet voldoen, met name wat de bevoegdheid betreft van de rechter die de maatregel heeft gelast. (vgl. HvJ EG 17 november 1998, C-391/95, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339 (PV), Van Uden en HvJ EG 27 april 1999, C-99/96, Jur. 1999, p. 1-2277, NJ 2001, 90 (PV), Mietz).
Zie paragraaf 4.5.2.
Een beslissing kan van de EET-waarmerking worden voorzien indien zij aan de voorwaarden van art. 6 voldoet. Er moet sprake zijn van een beslissing inzake een niet-betwiste schuldvordering. De redactie van deze bepaling in de oorspronkelijke voorstellen vereiste dat de beslissing in de lidstaat van herkomst niet alleen uitvoerbaar is, maar tevens kracht van gewijsde heeft. Een beslissing werd in de zin van de EET-regeling geacht kracht van gewijsde te hebben, indien tegen de beslissing die met een EET gewaarmerkt moet worden, geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en indien de termijn voor het instellen van een gewoon rechtsmiddel is verstreken zonder dat een dergelijk rechtsmiddel is aangewend. Bij het bepalen van wat onder het gewone rechtsmiddel moet worden verstaan, sloot de regeling bij de door het HvJ EG ten aanzien van art. 38 EEX-Verdrag gegeven definitie aan. Een gewoon rechtsmiddel is een voorziening die tot vernietiging dan wel tot wijziging van de beslissing kan leiden en waarvan het instellen gebonden is aan een wettelijke termijn:1
Het Europees Parlement heeft voorgesteld om de betalingsbevelen uit een 'Mahnverfahren' of 'injonction de payer' onder het begrip 'beslissing' te laten vallen.2 Het voeren van verweer in de gerechtelijke procedure naar aanleiding van een dergelijk bevel moet volgens dit document niet de toepassing van de EET-regeling uitsluiten. Zou een betalingsbevel reeds met een EET kunnen worden gewaarmerkt, betekent dit dan dat dit betalingsbevel onder het begrip 'beslissing' moet vallen? Mijns inziens is dit niet juist, nu bij dit begrip aangeknoopt wordt bij de definitie van een beslissing in de EEX-Verordening. Onder het EEX-Verdrag heeft het HvJ EG overwogen dat een betalingsbevel niet een beslissing is in de zin van het verdrag, aangezien eerst dit bevel de wederpartij in de gelegenheid stelt om verweer te voeren.3 Tevens zou deze opvatting tot problemen leiden bij de uiteindelijke feitelijke executie in de lidstaat van tenuitvoerlegging. Het instellen van een procedure tegen een betalingsbevel levert een grond tot aanhouding van de tenuitvoerleggingsprocedure op. Eveneens stond juist het vereiste van kracht van gewijsde er aan in de weg dat een betalingsbevel met een EET wordt gewaarmerkt.4
De invoering van het vereiste van kracht van gewijsde zou mijns inziens een achteruitgang ten aanzien van de regeling uit de EEX-Verordening betekenen. Voor de exequaturering onder de EEX-Verordening is het niet noodzakelijk dat een beslissing al definitief is, dat wil zeggen in kracht van gewijsde is gegaan. Ook een voorlopig uitvoerbare beslissing dan wel een voorlopige maatregel valt onder de exequaturregeling van de EEX-Verordening.5 De rechter in de procedure op een rechtsmiddel kan wel het exequatur verlenen onder een zekerheidstelling.6 Het vereiste van kracht van gewijsde werd in de EET-regeling vermoedelijk voorgesteld, aangezien er in de lidstaat van tenuitvoerlegging slechts een beperkt aantal remedies ter beschikking staat om de tenuitvoerlegging van een met een EET gewaarmerkte beslissing tegen te houden. Deze beslissing zou in de lidstaat van tenuitvoerlegging slechts in de fase van de feitelijke executie kunnen worden tegengehouden, nu er geen fase van erkenning meer bestaat. De exequaturfase is - als het ware - verplaatst naar de lidstaat van herkomst van deze beslissing. Doordat vereist zou worden dat de beslissing die met een EET wordt gewaarmerkt, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt voorkomen dat in de lidstaat van tenuitvoerlegging onherstelbaar schade wordt geleden. De beslissing is immers definitief geworden. De invoering van het vereiste van kracht van gewijsde zou ook te verklaren zijn door het toepassingsgebied van de EET-regeling. Onder de EET-regeling vallen slechts onbetwiste schuldvorderingen.