Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.17
5.17 Slotopmerkingen
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS380655:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Hüßtege (2004), p. 137.
Pb EG C 12 van 15 januari 2001, p. 1.
Kohler meent dat de premisse van gelijkheid van de rechtsstelsels van de lidstaten door de alledaagse juridische praktijk onderuit wordt gehaald. Dit hangt samen met het feit dat in elke lidstaat het procederen door het eigen nationale procesrecht wordt beheerst. Zie Chr. Kohler, 'Systemwechsel im europäischen Anerkennungsrecht: Von der EuGVVO zur Abschaffung des Exequaturs', in: J.F. Baur, H.-P. Mansel, Systemwechsel im europäischen Kollisionsrecht, Fachtagung der Bayer-Stiftung für deutsches und internationales Arbeits- und Wirtschaftsrecht am 17. und 18. Mai 2001, München: C.H. Beck Verlag 2002, p. 147-163 (i.h.b. p. 156).
Zie A. Stadler, IPRax 2004, p. 7. Zie ook Chr. Kohler, 'Von der EuGWO zum Europäischen Vollstreckungstitel - Entwicklungen und Tendenzen im Recht der Anerkennung und Vollstreckung ausländischer Entscheidungen', in: G. Reichelt, W.H. Rechberger, Europäisches Kollisionsrecht, Wien: Manzsche Verlags- und Universitätsbuchhandlung 2004, p. 63-80 (i.h.b. p. 75). Zie ook P. Mankowski, 'Entwicklungen im Internationalen Privat- und Prozessrecht 200312004 (Teil 2)', RIW2004, p. 587-602 (i.h.b. p. 588).
Zie ook in vergelijkbare zin: A. Stadler, IPRax 2004, p. 10. Stadler constateert dat ook de huidige redactie van de bepalingen van de Europese Grondwet nog onvoldoende waarborgen biedt.
Indien het gedinginleidende stuk aan de schuldenaar op een fictieve wijze is betekend en de schuldenaar desondanks in de procedure is verschenen en heeft verklaard de vordering niet te betwisten, kan de beslissing toch met een EET worden gewaarmerkt. De minimumnormen voor de betekening gelden ingevolge art. 12 lid 1 EET-Vo immers alleen voor de gevallen dat de schuldenaar in de procedure niet is verschenen.
De EET-Verordening is een regeling die de mogelijkheden van de schuldenaar tot het traineren van de executie beperkt, waardoor de tenuitvoerlegging van een beslissing uit een lidstaat in een andere lidstaat ten opzichte van de EEX-regeling wordt vereenvoudigd. De schuldenaar moet tegen de beslissing zelf dan wel tegen de waarmerking daarvan in de lidstaat van herkomst van de beslissing opkomen. In de lidstaat van tenuitvoerlegging is slechts mogelijk om tegen de EET-gewaarmerkte beslissing op te komen, indien deze beslissing in strijd is met een eerder gewezen beslissing. Een dergelijke beperkte mogelijkheid om een EET-gewaarmerkte beslissing tegen te houden is niet verwonderlijk, nu het de bedoeling van de regeling is om een rechterlijke beslissing die op basis van een niet-betwiste schuldvordering is gewezen en die met een EET is gewaarmerkt, in alle lidstaten als een beslissing van de eigen nationale rechter te beschouwen. De afschaffing van allerlei beschermingsmogelijkheden van het eigen rechtssysteem van de lidstaat van tenuitvoerlegging, ligt besloten in de natuur van een verdere integratie binnen de Europese Unie.1
Ingevolge het Programma2 voor de uitwerking van de Conclusies van Tampere moet de regeling van de EET als een tussenfase worden beschouwd. De EET-regeling geldt immers als een 'voorportaal' voor een algehele afschaffing van de exequaturregeling. Net als bij de vereenvoudiging van de exequaturverlening in de lidstaat van tenuitvoerlegging het geval is, dient echter ook bij de invoering van de EET niet aan de bescherming van de rechten van de schuldenaar te worden voorbijgegaan. De EET-regeling gaat van een gelijkheid van de rechtsstelsels van de lidstaten uit. Op dit ogenblik is dit mijns inziens een te snel genomen premisse.3 Zelfs vijf jaar na de Conclusies van Tampere is het in de Europese Unie zelfs nog niet gekomen tot een gedeeltelijke harmonisering van het burgerlijk procesrecht van de lidstaten. Zonder een dergelijke harmonisering is het een utopie om van de gelijkheid van de rechtsstelsels uit te gaan. Dit geldt temeer, nu per 1 mei 2004 de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten is uitgebreid.4 Elke mogelijkheid die aan de schuldenaar geboden zou worden om in de lidstaat van tenuitvoerlegging tegen de tenuitvoerlegging van een EET-gewaarmerkte beslissing op te komen, ondermijnt de goede werking van de regeling. De afschaffing van de controle in de lidstaat van tenuitvoerlegging noopt mijns inziens tot de invoering van voldoende mechanismen in alle lidstaten om de bescherming van de rechten van de verdediging aldaar te garanderen.5
Niet elke beslissing die van een rechter uit een lidstaat afkomstig is, kan met een EET worden gewaarmerkt. Ten eerste moet sprake zijn van een niet-betwiste schuldvordering. Dit vereiste veronderstelt dat de schuldenaar op de hoogte is van het instellen van een procedure tegen hem. Hiervan is geen sprake indien het gedinginleidende stuk fictief aan de schuldenaar wordt betekend.6 De mogelijkheid van een rechtsgeldige betekening van het gedinginleidende stuk aan de schuldenaar door middel van een fictie (bijv. door achterlating van het stuk op het postkantoor) in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst hangt ingevolge de EG-Betekeningsverordening af van het recht van de lidstaat waar de betekening moet plaatsvinden. Onder de EET-Verordening zou dan door een dergelijke betekening een situatie kunnen ontstaan dat ondanks het feit dat de schuldenaar niet op de hoogte is geweest van een tegen hem gevoerde procedure, sprake kan zijn van een 'niet-betwiste' schuldvordering. Een dergelijke situatie is onaanvaardbaar en zou in strijd zijn met het 'fair trial'-beginsel. Ten tweede, wil men een beslissing met een EET waarmerken, dan dient aan de minimumvoorschriften uit de EET-Verordening te zijn voldaan. De minimumvoorschriften hebben niet slechts betrekking op de wijze van de kennisgeving van de inleiding van de procedure, maar tevens op de bekendmaking van de rechts-middelmogelijkheden in de lidstaat van herkomst alsmede op de informatie omtrent de tegen de schuldenaar ingestelde vordering en op de wijze van de betwisting van deze vordering. Wordt ondanks het niet voldoen aan deze minimumnormen een EET verleend, dan heeft de schuldenaar de mogelijkheid om een intrekking van de EET te verzoeken. Het initiatief ligt immers bij de schuldenaar. De EET-Verordening laat ter versoepeling en versnelling van de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging de belangen van de schuldeiser zwaarder wegen dan de belangen van de schuldenaar.