De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.16:5.16 Informatieverschaffing door de lidstaten
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.16
5.16 Informatieverschaffing door de lidstaten
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379470:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een snelle werking van de EET-Verordening is het noodzakelijk dat de schuldeiser op een eenvoudige wijze de EET-gewaarmerkte beslissing ten uitvoer kan leggen. Derhalve bepaalt art. 29 EET-Vo dat de lidstaten via het Europese justitiële netwerk de tenuitvoerleggingsmethoden en -procedures en de tenuitvoerleggingsinstanties bekendmaken.
Art. 30 EET-Vo draagt aan de lidstaten op de gegevens omtrent de toetsingsprocedures en daartoe bevoegde instanties bekend te maken. Eveneens dienen de lidstaten de lijst van de instanties bekend te maken die bevoegd zijn tot de EET-verlening op de authentieke akten. Wat Nederland betreft zal ingevolge art. 30 EET-Vo aan de Europese Commissie moeten worden meegedeeld dat art. 31 Rv van overeenkomstige toepassing is op de rectificatie- en intrekkingsprocedure van art. 10 lid 1 EET-Vo.1
Art. 30 vereist ook een opgaaf van de toetsingsprocedures in de zin van art. 19 lid 1. Dit betreft de procedures die door de schuldenaar tegen de EET-gewaarmerkte beslissing zelf in de lidstaat van herkomst aanhangig kunnen worden gemaakt. Wat Nederland betreft, dient te worden bepaald dat tegen een verstekbeslissing op basis van art. 143 Rv door de in de procedure niet-verschenen schuldenaar verzet kan worden ingesteld bij de rechter die de beslissing heeft gewezen. Het verzet moet ingevolge art. 143 lid 2 Rv binnen vier weken na de betekening van de beslissing aan de veroordeelde in persoon dan wel na het plegen van een daad door de veroordeelde waarbij hij aangeeft met de beslissing bekend te zijn. Heeft de veroordeelde geen bekende woonplaats in Nederland, dan bedraagt deze termijn acht weken. Kan de verstekbeslissing niet in persoon aan de veroordeelde worden betekend, dan vangt deze termijn aan op het moment dat de beslissing ten uitvoer is gelegd. Is de termijn voor verzet verlopen, dan kan tegen een verstekbeslissing in beperkte gevallen het rechtsmiddel van herroeping worden ingesteld, aangezien de beslissing inmiddels in kracht van gewijsde is gegaan (vgl. art. 382 Rv). Nu tegen beschikkingen geen verzet mogelijk is zal tegen een beschikking die in een verstekprocedure is gegeven (bijv. tot betaling van alimentatie die vervolgens met een EET is gewaarmerkt), hoger beroep conform art. 358 e.v. Rv moeten worden ingesteld.2 Het hoger beroep zal door de niet verschenen schuldenaar ingevolge art. 358 lid 2 Rv moeten worden gedaan binnen drie maanden na de betekening van de verstekbeschikking aan de schuldenaar of nadat de beschikking aan hem op een andere wijze bekend is geworden.
Nu art. 25 EET-Vo niet rechtstreeks de tot waarmerking bevoegde instantie aanwijst, zal overeenkomstig art. 30 lid 1 sub c EET-Vo voor Nederland de notaris die de akte heeft gepasseerd, resp. de notaris die het protocol heeft overgenomen, aangewezen moeten worden als de tot EET-waarmerking van een notariële akte bevoegde instantie.3 Mijns inziens zou het niet juist zijn om een andere instantie - bijv. de voorzieningenrechter van de rechtbank van de vestigingsplaats van de notaris die de akte heeft gepasseerd - als bevoegd aan te wijzen. Een dergelijke inschakeling van een andere instantie zou vertraging tot gevolg hebben, hetgeen in strijd is met de doelstellingen van de EET-Verordening.
Art. 30 vraagt aan de lidstaten geen opgaaf van de instanties die op grond van art. 21 EET-Vo bevoegd zijn tot kennisneming van een verzoek tot weigering van de tenuitvoerlegging van een met een EET gewaarmerkte beslissing. Mijns inziens is dit ook juist, aangezien art. 21 EET-Vo, wat Nederland betreft, in een executiegeschil ingeroepen dient te worden. Nu op basis van art. 29 EET-Vo de informatie bekend wordt gemaakt over de tenuitvoerleggingsprocedure in Nederland, is het niet noodzakelijk om voor Nederland de art. 21 EET-Vo bevoegde instantie aan te wijzen. Art. 438 lid 1 Rv bepaalt immers dat de voorzieningenrechter bevoegd is om van een geschil over de executie kennis te nemen.