De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.9:5.9 Vormvereisten: inhoudelijke eisen
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.9
5.9 Vormvereisten: inhoudelijke eisen
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS373459:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook in dit geval zou aan de wederpartij gemeld moeten worden, dat het bedrag van de vordering 'automatisch' met wettelijke rente wordt vermeerderd. De wederpartij behoeft immers met dit 'automatisme' geen rekening te houden. Nu de verordening in dit opzicht geen regeling bevat, is het nationale recht van de aangezochte rechter bepalend voor de vereisten die aan het gedinginleidende stuk worden gesteld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de formele vereisten die door de EET-Verordening gesteld worden, moeten ingevolge art. 16 op basis van het gedinginleidende stuk de schuldenaar en de schuldeiser duidelijk geïdentificeerd kunnen worden, nu in dat stuk de namen en de adressen van partijen vermeld moeten worden. Tevens moet dit stuk de hoogte van de vordering vermelden en indien rente over dit bedrag gevorderd wordt, tevens de rentevoet en de termijn waarover de rente gevorderd wordt. Dit laatste is niet van toepassing wanneer de hoofdsom van de vordering op basis van het recht van de lidstaat van herkomst 'automatisch' met wettelijke rente wordt vermeerderd zonder een vordering daartoe.1 Het gedinginleidende stuk moet de redenen aangeven die aan de vordering van de eiser ten grondslag liggen.
Naast deze gegevens dient volgens art. 17 EET-Vo uit het gedinginleidende stuk te blijken welke procedurele stappen door de schuldenaar ondernomen moeten worden om de vordering te betwisten en binnen welke termijn dit dient te geschieden. Eveneens moet in dat stuk aan de schuldenaar worden meegedeeld wat de gevolgen van de niet-betwisting zijn. Dit betekent voor Nederland dat reeds in een dagvaarding vermeld moet worden dat de niet-verschijning van de gedaagde ingevolge art. 139 Rv verstekverlening tot gevolg heeft. Een enkele verwijzing naar art. 139 Rv is mijns inziens niet voldoende. Art. 17 EET-Vo vereist immers dat aan de schuldenaar de gevolgen van de niet-betwisting worden meegedeeld en, in het bijzonder, dat de niet-betwisting een uitvoerbare beslissing ten voordele van de schuldeiser tot gevolg heeft. In Duitsland moet dan naar aanleiding van art. 17 EET-Vo bijvoorbeeld in de 'Klageschrift' een verzoek worden opgenomen om bij het niet indienen van een 'Klageerwiderung' tot het wijzen van een Verskimnisurteil' over te gaan. Ook is het mogelijk om na het indienen van de 'Klageschrift' een Verskimnisurteil' te verzoeken, nu art. 17 vereist dat de schuldenaar in, dan wel tezamen met, het gedinginleidende stuk hiervan op de hoogte wordt gebracht. In een dergelijk geval is het echter vereist dat dit verzoek tegelijk met de 'Klageschrift' aan de wederpartij ter kennis wordt gebracht.