De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.7:5.7 Nederlands betekeningsrecht en de betekeningswijzen van de EET-Verordening
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.7
5.7 Nederlands betekeningsrecht en de betekeningswijzen van de EET-Verordening
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS380660:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge art. 46 lid 1 Rv is de hoofdregel van het Nederlands burgerlijk procesrecht inzake de betekening van exploten, betekening in persoon dan wel betekening aan een huisgenoot of andere persoon die zich bevindt op het adres van de persoon aan wie het exploot dient te worden uitgebracht. Van de huisgenoot of de persoon aan wie de betekening is verricht, moet wel aannemelijk zijn dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt. Kan het exploot niet overeenkomstig art. 46 Rv betekend worden, dan kan de betekening van het exploot ingevolge art. 47 Rv geschieden door het achterlaten van een afschrift daarvan in een gesloten envelop op de woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd. Indien deze wijze ook onmogelijk is, kan de deurwaarder een afschrift ter post bezorgen.
Wat de betekening van een exploot aan een rechtspersoon betreft, dient het exploot ingevolge art. 50 Rv hetzij aan het kantoor van de rechtspersoon te worden uitgebracht hetzij aan de bestuurders van deze rechtspersoon persoonlijk of aan hun persoonlijk adres. De betekening aan de rechtspersoon leidt in de praktijk tot een persoonlijke betekening aan de bestuurders, nu zij bevoegd zijn tot het vertegenwoordigen van de rechtspersoon.1
Dient de betekening van het exploot te worden verricht aan een persoon die geen bekende woonplaats in Nederland heeft, dan kan de betekening ingevolge art. 54 Rv aan het werkelijk verblijf geschieden of aan het parket van het Openbaar Ministerie bij het gerecht waar de zaak dient. Heeft degene voor wie het exploot bestemd is, een bekende woonplaats of werkelijk verblijf in het buitenland, dan geschiedt de betekening overeenkomstig art. 55 Rv eveneens door betekening aan het parket van het Openbaar Ministerie, dat een afschrift aan het ministerie van Buitenlandse Zaken toezendt. De deurwaarder zendt dan een tweede afschrift van het exploot per aangetekende post naar het buitenland. Heeft degene voor wie het afschrift bestemd is, een bekende woonplaats of werkelijk verblijf in een staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag 1965, dan wordt het afschrift via de door dat verdrag voorgeschreven weg naar het buitenland verstuurd. Heeft deze persoon echter een bekende woonplaats of werkelijke verblijfplaats in een lidstaat van de Europese Unie waarvoor de EG-Betekeningsverordening van toepassing is, dan dient de betekening van het exploot overeenkomstig deze verordening te geschieden (vgl. art. 56 Rv).
Het verschil tussen de betekeningswijzen in het Nederlandse betekeningsrecht en in art. 13 en art. 14 EET-Vo is dat in het Nederlandse recht een rangschikking bestaat. Eerst nadat komt vast te staan dat het exploot niet overeenkomstig art. 46 Rv kan worden betekend aan degene voor wie het bestemd is, dan wel aan zijn huisgenoot of andere persoon die zich op deze woonplaats bevindt, is de betekening overeenkomstig art. 47 Rv door het achterlaten van een afschrift in een gesloten envelop aan de woonplaats dan wel door toezending per post mogelijk. In de EET-Verordening zijn de toegestane wijzen gelijkgesteld. Deze zijn elkaars alternatieven. Dit omdat de verordening geen regeling van de betekening bevat. De betekening zelf wordt door het nationale recht, inclusief de geldende internationale regeling, beheerst.
Art. 14 lid 1 sub b EET-Vo staat bij de betekening aan een rechtspersoon de betekening aan een werknemer van de rechtspersoon toe. Wanneer een stuk aan een rechtspersoon in Nederland betekend moet worden, zal de betekening aan een werknemer niet worden geaccepteerd, nu art. 50 Rv feitelijk tot een betekening aan de bestuurders van de rechtspersoon leidt.
De vraag rijst of de betekening overeenkomstig art. 55 Rv voldoet aan een der toegestane wijzen van art. 13 en 14 EET-Vo. Art. 14 lid 1 sub d EET-Vo staat de betekening door deponering bij de bevoegde autoriteit toe, mits onder andere daarvan een schriftelijke mededeling in de brievenbus van de schuldenaar wordt achtergelaten. Nu in art. 55 Rv geen sprake is van het achterlaten van een schriftelijke mededeling aan de woonplaats van degene voor wie het te betekenen stuk bestemd is, kan bij een wederpartij die woonachtig is in een niet-EU-staat, voor een EET-waarmerking van een Nederlandse beslissing niet worden volstaan met een betekening overeenkomstig art. 55 Rv. Het feit dat art. 55 lid 1 Rv bepaalt dat de deurwaarder een afschrift van het exploot per aangetekende post dient te versturen, is mijns inziens nog geen garantie dat de geadresseerde daadwerkelijk op de hoogte wordt gebracht van de deponering bij het parket van het Openbaar Ministerie. De EET-waarmerking is eerst mogelijk indien gebleken is dat het te betekenen stuk aan de wederpartij in overeenstemming met art. 13 en art. 14 EET-Vo overeenkomstig het recht van het land alwaar de wederpartij woont c.q. verblijft, is betekend.