Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.8.2.1:3.8.2.1 Keuze defi nitie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/3.8.2.1
3.8.2.1 Keuze defi nitie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS419895:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onderdeel 4.12 van zijn conclusie bij HR 19 november 2004, nr. 39 840, BNB 2005/77.
Zie hierover met name par. 2.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in par. 3.8.1.2 besproken compartimenteringsregelingen vertonen onderling verschillen doch bewerkstelligen uiteindelijk dat winsten of inkomsten die worden genoten nadat de werking van de nieuwe regel is aangevangen, worden toegerekend aan twee periodes, namelijk de periode waarin de oude regel werkte en de periode waarin de nieuwe regel werkt.
Bij het definiëren van het begrip ‘compartimenteren’ moet naar mijn mening onderscheid worden gemaakt tussen feitencompartimentering en regelcompartimentering. Bij sfeerovergang ten gevolge van een feitenwijziging heeft alleen de regel die geldt voor de nieuwe sfeer het voor het zeggen. De toepassing van regels binnen de ene en de andere sfeer wordt niet duidelijk gescheiden door een werkingsregel. De regels van beide sferen werken immers door; de belastingplichtige heeft na een feitenwijziging echter alleen nog maar met de set regels van de nieuwe sfeer te maken. Als voorbeeld neem ik een binnenlandse belastingplichtige die ten gevolge van een feitenwijziging een buitenlandse belastingplichtige wordt. De betreffende persoon heeft na de feitenwijziging alleen nog te maken met de regels die gelden voor buitenlandse belastingplichtigen. De regels voor binnenlandse belastingplichtigen blijven op andere binnenlandse belastingplichtigen echter gewoon van toepassing.
Bij regelcompartimentering speelt de werkingsregel een belangrijke rol. Ten gevolge van een wetswijziging verliest een regel – voor alle belastingplichtigen – zijn werking – en vangt de werking van een nieuwe regel aan. In geval van regelcompartimentering beoogt de overgangsmaatregel vervolgens nadrukkelijk af te wijken van de werkingsregel. De na het werkingsmoment gerealiseerde winsten of inkomsten worden immers gedeeltelijk toegerekend aan een periode waarin een andere regel werkte, doch waarin geen voordelen zijn genoten. A-G Overgaauw acht dit onderscheidende criterium evenwel niet van belang. In zijn opvatting bevatten de ´feiten´ in de definitie van onmiddellijke werking niet noodzakelijkerwijs belastbare feiten. De waardeaangroei die onder de werking van de oude regel heeft plaatsgevonden kan volgens hem worden opgevat als een vóór de inwerkingtreding plaatsgehad hebbend feit, waarop de nieuwe wet geen toepassing vindt.1 Ik deel deze mening niet. Onder ‘feiten’ in de definitie van het begrip ‘onmiddellijke werking’ kunnen alleen worden verstaan die feiten waaraan de regel rechtsgevolgen verbindt. Indien een ruimer feitenbegrip zou worden gehanteerd, kan de werkingsregel de werking niet bepalen, aangezien dan niet duidelijk is ten aanzien van welk feit de regel voor het eerst van toepassing is.2
In het kader van dit onderzoek definieer ik compartimenteren in het licht van het voorgaande als volgt:
Voordelen die worden genoten op het moment dat de nieuwe regel werkt, doch mede zijn ontstaan/aangegroeid in de periode waarin de oude regel werkte, worden voor het gedeelte dat kan worden toegerekend aan de periode waarin de oude regel werkte volgens de oude regel belast.
Schematisch kan het resultaat van compartimenteren als volgt worden weergegeven:
De term ‘voordelen’ vat ik op als een algebraïsch begrip, zodat daar ook nadelen onder moeten worden begrepen. Hoewel compartimenteren tot op heden – voor zover ik heb kunnen nagaan – niet is toegepast op aftrekposten, is dat mijns inziens ook mogelijk.
Het gedeelte van de winst of inkomsten dat moet worden toegerekend aan de periode waarin de oude rechtsregel werkte, kan op verschillende manieren worden bepaald. Zo zijn er verschillende methoden om het desbetreffende gedeelte van de winst of inkomsten vast te stellen (par. 3.8.2.2) en kan bij de berekening van de verschuldigde belasting op twee verschillende manieren met de compartimenten rekening worden gehouden (par. 3.8.2.3).