Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/10.1.2
10.1.2 Nadelen van meervoudige rechtspraak
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174122:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Overigens wees onderzoek naar enkelvoudige rechtspraak in België van begin jaren negentig uit dat grootschalige enkelvoudige afdoening van zaken aldaar heeft geleid tot frequenter hoger beroep, wat de doorlooptijd van zaken geen goed heeft gedaan (Waûters 1994, p. 322).
Raad voor de rechtspraak, In het belang van goede strafrechtspraak. Voorstellen voor de versterking van de rechterlijke oordeelsvorming in strafzaken, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2006, p. 10.
Kas 2013.
Inmiddels worden meervoudig behandelde zaken van bijna alle zaken rechtsgebieden extra gecompenseerd. Zie paragraaf 9.3.2.
In eerder onderzoek zijn soortgelijke opvattingen opgetekend; zie Boone e.a. 2006, p. 126.
Het meest nadrukkelijk genoemde nadeel van meervoudigheid is de langere tijd die nodig is om tot een uitspraak te komen, in kringen van juristen bekend als langere doorlooptijd.1 Maar liefst 37 respondenten kwamen hiermee. Een handelsrechter benadrukte dat concipiëren van een meervoudig vonnis veel tijd vergt: ‘Voordat de hele kamer het concept heeft gelezen, becommentarieerd en eventueel na nader overleg uiteindelijk tot de uitspraak kan komen, kunnen er weken verder zijn. Dat hangt dan samen met cursussen, andere zittingen, vakanties, etc.’ In de meervoudige strafkamer duurt het meestal veertien dagen voordat vonnis wordt gewezen, terwijl de politierechter in de regel direct na de behandeling ter terechtzitting mondeling uitspraak doet. Dit nadeel van meervoudige behandeling kan overigens ook als voordeel worden gezien. Een strafrechter noteerde:
‘Door het direct beslissen zie je soms wel iets over het hoofd of denk je achteraf wel eens, hier had ik liever net iets langer over nagedacht. Naarmate de ervaring toeneemt wordt dat wel minder, maar veel politierechters hebben niet zo heel veel jaren ervaring.’
Dit gevoelen werd ook vertolkt in ander onderzoek, waaruit behoefte van politierechters bleek aan overleg en reflectie.2 Voormalig strafrechter Recourt zei daarover:
‘[…] rechters moeten tijd hebben voor contemplatie, voor reflectie. Het is bijvoorbeeld financieel voor rechtbanken ook aantrekkelijk om in politiezaken, eenvoudige zaken als diefstal of beroving, direct uitspraak te doen. Maar mijn ervaring leert dat het goed is om er toch een nachtje over te slapen. Ik ben daarna wel eens van mening veranderd; niet over of iemand schuldig of onschuldig is, maar wel over de strafmaat. Je moet tijd hebben om nog eens bij een collega te rade te gaan.’3
Verder noemden twaalf respondenten als nadeel dat de inzet van meervoudige kamers veel meer menskracht vergt. Ook de planning van meervoudige zittingen is ingewikkelder, schreven vijf respondenten. De administratie moet immers rekening houden met de agenda’s van drie rechters en een griffier. Een strafrechter schreef dat bij aanhouding van een meervoudige zaak de behandeling later zelden in dezelfde samenstelling kan worden voortgezet. Dat betekent dus productiviteitsverlies. Een voormalig raadsheer schreef in een email dat zijn hof ook tegen organisatorische problemen aanliep bij het samenstellen van een meervoudige kamer in zeer spoedeisende zaken, maar dat een oplossing was gevonden in de vorming van een kortgedingkamer. Deze bestond voornamelijk uit ervaren raadsheren die hoofdzakelijk kortgedingzaken deden en op bijna ieder gewenst moment konden opdraven, omdat zij vervroegd met pensioen waren gegaan.
Voor acht respondenten woog zwaar dat meervoudige behandeling financieel niet extra wordt gecompenseerd. Een rechter noteerde: ‘Als de vergoeding voor een meervoudige kamer gelijk blijft aan die van een enkelvoudige, dan is het financieel niet op te brengen om meer meervoudig af te doen.’4 Meervoudige behandeling van strafzaken wordt wel extra gefinancierd, maar toch zijn het vooral strafrechters die zich in hun commentaren keren tegen de huidige financiering. Een respondent uit de strafafdeling bekritiseerde de in zijn ogen toenemende druk om zo efficiënt mogelijk zaken af te doen:
‘In Nederland moet rechtspraak kennelijk goedkoop geschieden op grond waarvan er steeds maar weer nadere efficiencymaatregelen worden genomen. En dan vindt men het raar dat het draagvlak voor de rechtspraak in de maatschappij tanende is.’
Ook de neiging van het Openbaar Ministerie om zaken steeds vaker zelf af te doen vond bij hem geen genade. Een collega-strafrechter schreef dat de verschillen in betaling tussen enkelvoudige en meervoudige zaken zelfs zo groot zijn dat een gerechtsafdeling zichzelf in de vingers snijdt door weinig zaken meervoudig te behandelen. Een andere voorzitter uit de strafafdeling liet weten dat minstens 15 procent van de zaken meervoudig moet worden afgedaan om de gerechtsafdeling financieel gezond te houden.5
Negen respondenten wezen voorts op de meer formele dan wel imponerende setting van een meervoudige kamer. Een strafrechter vond de meervoudige kamer afstandelijk. De zaal is er groter dan in een politierechterzitting en zo ook de afstand tot de verdachte. De respondenten noemden de omgang in een enkelvoudige zitting informeler, waardoor partijen zich sneller vertrouwd voelen en een gesprek er gemakkelijker op gang komt. Aan de andere kant meldde een bestuursrechter dat een formele omgeving juist het gevoel kan geven dat een zaak ‘echt serieus wordt aangepakt’. Eerder is al opgemerkt dat de impact van een meervoudige strafkamer op een verdachte groter kan zijn, wat allerminst als nadeel hoeft te gelden. Aan die impact kan bijdragen dat er in meervoudige zittingen altijd wel een verslaggever aanwezig is, zoals een strafrechter liet weten.
Verscheidene rechters, zowel in de enquête als in de interviews, brachten enige nuancering aan van het vermeende kwaliteitsverhogende effect van meervoudige behandeling. Zaken van ingewikkelde aard die aan een enkelvoudige kamer worden toebedeeld, worden in principe alleen aan ervaren rechters toevertrouwd. Ook jarenlange ervaring staat niet garant voor kwalitatief goed werk. Een handelsrechter schreef dat er zelfs zeer capabele jonge rechters zijn die enkelvoudig zittend een zaak kwalitatief beter af kunnen doen dan een meervoudige kamer van ‘oude rotten’. Daarnaast kan het voorkomen dat een lid van de meervoudige kamer niet optimaal functioneert. Als dat voor een meerderheid in de kamer geldt, dan kan dat leiden tot een problematisch resultaat. Verder gaven vijf respondenten aan dat er soms te uitgebreid geraadkamerd wordt. Een handelsrechter schreef met gevoel voor understatement: ‘Niet iedereen is gecharmeerd van uitgebreide discussies over vorm en inhoud van meervoudige vonnissen. De één ligt dat meer dan de ander.’
Soms loopt een raadkamer uit op juridische fijnslijperij en is de samenwerking moeizaam. Door langdurig gebakkelei kan een eindvonnis lang op zich laten wachten. Bij scherpe meningsverschillen komt er soms een zwakcompromis uitrollen, waar eigenlijk geen van de rechters gelukkig mee is. Een geïnterviewde strafrechter vertelde liever politierechter- dan meervoudigekamerzittingen te doen, omdat het contact met de verdachte directer, minder afstandelijk is. Twee respondenten noemden het bijzitten in een meervoudige kamer ‘niet altijd een pretje’, vooral als de voorzitter een sterke stempel op de zitting zet. Een andere rechter, uit de strafafdeling, schreef dat de verleiding bestaat om meervoudige vonnissen standaard te motiveren ‘met vaste riedels waarmee we altijd bepaalde argumenten afdoen’. Meervoudige behandeling bracht volgens zes respondenten ook het risico van social loafing of freeridergedrag met zich mee: een matige voorbereiding van en zwakke participatie in de collegiale behandeling van een zaak (zie paragraaf 3.2.2). Nochtans, zo blijkt uit het onderzoek, vindt een grote meerderheid van de respondenten dat van collegiale rechtspraak een positief of zelfs zeer positief effect op de kwaliteit uitgaat (zie paragraaf 10.2).