Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.2.1:5.2.1 Dreigende verarming: beschermingsnoodzaak
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.2.1
5.2.1 Dreigende verarming: beschermingsnoodzaak
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625382:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
132.
Uit het in het tweede hoofdstuk gegeven overzicht blijkt dat zaaksvervanging zich voordoet in een veelheid van gevallen. De gemene deler is daarbij steeds dat een recht wordt aangetast door een oorzaak die zich buiten de macht van de rechthebbende bevindt. Niet alleen de Nederlandse wetgever, maar ook de Belgische en Duitse wetgever, heeft zich het lot van deze rechthebbende in een deel van dergelijke gevallen aangetrokken. Aannemelijk is dat zij zich daarbij steeds op grond van de redelijkheid genoodzaakt zagen de belangen van de betrokken rechthebbende te beschermen.
Uit de ratio van zaaksvervanging vloeit dus voort dat het bestaan van een wens van bescherming van een aanspraak van een rechthebbende op een goed het eerste toepassingsvereiste is. Dit vereiste is te ontleden in een aantal deelvoorwaarden. Ten eerste moet sprake zijn van een ophanden zijnde verarming. Ten tweede kenmerken de gevallen van ingrijpen door middel van zaaksvervanging zich in het bijzonder door het geven van bescherming waar aanspraken van goederenrechtelijke aard in het geding zijn. Daarbij dient vast te staan dat in een concreet geval sprake is van een relevante aantasting van een dergelijk recht. De vraag die beantwoording vergt, is welke aantastingen hiervoor in aanmerking komen.