Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.8.3
6.8.3 Onbevredigend resultaat betekent loonsanctie werkgever
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS574501:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dat een werknemer met succes in beroep gaat tegen de opschorting van zijn aanvraag, kan geen gevolgen hebben voor het loonsanctiebesluit. CRvB 14 april 2010, LJN BM1179.
Zie ook: Rb. Almelo, 4 februari 2005, USZ 2005/91 r.o. 8.1.
Art. 64 lid 8 sub c WIA.
CRvB 31 maart 2010, USZ 2010/115. De Rb. Roermond meent dat die inspanningen moeten worden meegewogen via artikel 25 lid 14 WIA, bij de vraag of de tekortkoming is hersteld, Rb. Roermond 3 december 2009, LJN BK8711.
CRvB 17 augustus 2011, LJN BR5270. Het niet voorleggen aan de LLC levert geen strijd op met de wet. Het niet volgen van de circulaire wél; verder CRvB 31 maart 2010, USZ 2010/115, CRvB 22 februari 2012, LJN BV8096, de circulaire is op zichzelf toegestaan en blijft binnen het kader van de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter.
De Rb. Rotterdam had te oordelen over het verweer van een werkgever dat het UWV onduidelijk was over wat van hem werd verlangd met betrekking tot de re-integratieactiviteiten. Dat verweer ging niet op aldus de Rb., Rb. Rotterdam 10 mei 2007, LJN BA5164.
CRvB 20 maart 2013 LJN BZ4852.
CRvB 22 december 2010, LJN BO9013.
CRvB 15 augustus 2012, LJN BX6447, CRvB 3 april 2013, LJN BZ6132 (werknemer dient te laat de WIA-aanvraag in, zie art. 7:629 lid 2 sub f BW.
Het belang van een formele melding wordt fraai geïllustreerd in Rb. Den Bosch 13 augustus 2008, LJN BE9882.
CRvB 18 november 2009, LJN BK3717 r.o. 20, de arbeidsdeskundige had betoogd dat het tweede spoortraject niet was afgerond. Ook af te leiden uit CRvB 14 april 2010, LJN BM1194 en CRvB 22 februari 2012, LJN BV8096. In LJN BZ8612 meent de CRvB dat hoewel het geen resultaatsverplichting betreft, wel kan worden gevraagd een ingezet tweede spoortraject ‘af te ronden’. Wanneer daarvan sprake is, wordt echter niet duidelijk.
CRvB 23 februari 2011, LJN BP5702.
Zie voor een situatie waarin de werkgever opnieuw niet had voldaan: Rb. Den Bosch 9 juli 2009, LJN BJ2438.
Bijvoorbeeld CRvB 26 mei 2010 LJN BM5895, USZ 2010/227, r.o 7.7-7.10.
CRvB 26 mei 2010, LJN BM5895, USZ 2010/227, r.o 8.1-8.2.
C. van der Krogt, ‘Het tweede-spoortraject als struikelblok voor een juiste re-integratie van de zieke werknemer’, ArbeidsRecht 2013/58, UWV-presentatie werkgeverscongres 2013, met iets meer inhoudelijke sancties dan administratieve (2011: 51%-49%, 2012: 52,2%-47,8%), Rijpkema komt voor 2012 op ongeveer 10%, p.85.
Als de werkgever en werknemer niet kunnen motiveren waarom is nagelaten de in redelijkheid te verwachten re-integratie-inspanningen te leveren, velt het UWV een negatief eindoordeel. Heeft de werknemer het werk helemaal niet hervat terwijl hij wél duurzaam benutbare mogelijkheden heeft, dan is dat in principe een onbevredigend resultaat. Artikel 25 WIA maakt mogelijk dat dan een tijdvak voor verlenging van de loondoorbetaling wordt vastgesteld, gedurende welke verlenging de werkgever normaal gesproken op grond van artikel 7:629 lid 11 BW het loon moet doorbetalen. Dit wordt de loonsanctie genoemd. Zo’n sanctie kan niet alleen worden opgelegd bij het uitblijven van een bevredigend resultaat, maar ook als de werkgever de administratieve verplichtingen uit § 6.6 niet goed heeft nageleefd.
In hoofdlijnen komt het stelsel rond de loonsanctie neer op het volgende:
De werknemer dient uiterlijk 13 weken voor het einde van de wachttijd een WIA-aanvraag in, samen met een compleet re-integratieverslag (artikel 64 lid 3 WIA). Dat re-integratieverslag is door de werkgever in overleg met de werknemer vastgesteld en hem is een kopie daarvan gegeven (artikel 25 lid 3 WIA).
De werkgever en werknemer kunnen in plaats daarvan gezamenlijk om verlenging van de loondoorbetalingsperiode vragen, in de verwachting dat de werknemer in die vrijwillig verlengde periode wél volledig arbeidsgeschiktwordt (artikel 24 WIA).
Wordt zo’n verzoek niet gedaan dan beoordeelt het UWV de re-integratieinspanningen. Bestaat de tekortkoming uit het aanleveren van onvoldoende gegevens door de werknemer voor de beoordeling van de WIA-aanvraag (bijvoorbeeld omdat hij geen compleet re-integratieverslag heeft gekregen van de werkgever) dan wordt de werkgever daar op aan gesproken. Hij krijgt een hersteltermijn van één week om alsnog aan het UWV die gegevens aan te leveren, voordat een loonsanctie wordt opgelegd (artikel 25 lid 8 WIA, Beoordelingskader par.5).
Had de werknemer wel een compleet re-integratieverslag ontvangen, maar heeft hij niet alles ingeleverd dan krijgt ook hij een termijn voor herstel. De sanctie op niet-nakoming kan zijn het buiten toepassing laten van de aanvraag (artikel 4:5 Awb) of -als het UWV niettemin genoeg informatie heeft- het opleggen van een waarschuwing of maatregel (artikel 88 lid 4 WIA).
Als bij de poortwachterstoets blijkt dat de werkgever onvoldoende re-integratieinspanningen heeft verricht of nog steeds onvoldoende gegevens voor de beoordeling van de WIA-aanvraag heeft verstrekt, dan legt het UWV de werkgever een loonsanctie op (artikel 25 lid 9 WIA) en wordt de WIA-aanvraag opgeschort (artikel 64 lid 7 WIA).1
Er wordt geen sanctie opgelegd als de werknemer geen benutbare mogelijkheden meer heeft tot het verrichten van arbeid en geen herstel meer mogelijk is.2
De beoordeling van een WIA-aanvraag die is opgeschort vanwege de loonsanctie wordt door het UWV hervat zes weken ‘…voordat het tijdvak als bedoeld in artikel 25, negende lid…van 52 weken is verstreken’.3
De poortwachterstoets vindt plaats op basis van de re-integratie-inspanningen die zijn verricht tót het moment dat de werknemer zijn WIA-aanvraag indient. Daarbij voegt hij immers het re-integratieverslag. Die WIA-aanvraag wordt gedaan uiterlijk 13 weken voor het einde van de wachttijd. Hoe wordt omgegaan met de inspanningen van de laatste drie maanden van de wachttijd is niet helder. De CRvB lijkt te menen dat het UWV bij de beoordeling of een loonsanctie terecht is ook de inspanningen van de laatste maanden mee moet wegen, als hij daarvan maar ‘feiten en rapporten’ heeft.4
Het UWV toetst intern een voorgenomen loonsanctie door die voor te leggen aan de zogeheten Landelijke Loonsanctiecommissie (LLC). Die adviseert aan de hand van circulaire 09C002 van 2 maart 2009, zodat UWV een uniform loonsanctiebeleid hanteert. De circulaire bevat aandachtspunten voor de LLC en geldt als een concretisering van het Beoordelingskader.5
In de beschikking waarbij de loonsanctie wordt opgelegd geeft het UWV weer waaruit de geconstateerde tekortkoming bestaat. Tegelijk geeft het UWV in deze beschikking aan dat de loonsanctie doorloopt totdat de werkgever alsnog de benodigde inspanningen heeft verricht c.q. alsnog de benodigde ontbrekende stukken heeft ingediend.6 De loonsanctie bedraagt in beginsel maximaal 52 weken.
De beschikking wordt uiterlijk zes weken voor einde wachttijd door het UWV afgegeven (artikel 25 lid 10 WIA). De werkgever kan hierdoor zo snel mogelijk zijn tekortkomingen herstellen.
Wordt een administratieve tekortkoming vastgesteld dan dient de werkgever die te herstellen. Zodra er sprake is van herstel beoordeelt het UWV vervolgens of er ook inhoudelijke tekortkomingen bestaan. Pas als die er niet zijn kan de opgelegde loonsanctie eindigen.7 Zijn die er wel dan wordt de loonsanctie op inhoudelijke gronden opgelegd: in dat geval is er geen sprake van een nieuwe loonsanctie maar van een andere grondslag van de bestaande loonsanctie.8
Gedurende de loonsanctie (waarin de WIA-aanvraag is opgeschort) betaalt de werkgever in beginsel het wettelijk voorgeschreven loon door.
Een verlenging van de loondoorbetalingsperiode betekent echter niet per se dat het loon ook daadwerkelijk moet worden betaald. Het betekent dat de periode is verlengd, waarin artikel 7:629 BW van kracht is (inclusief de gevallen waarin géén recht op loon bestaat).9
Zodra de werkgever de benodigde inspanningen alsnog heeft verricht c.q. de ontbrekende stukken alsnog heeft geleverd, meldt hij dit aan het UWV. In de melding geeft de werkgever aan wat hij heeft gedaan en waarom hij vindt dat de tekortkomingen zijn hersteld.10 Dit wordt het bekortingsverzoek genoemd (artikel 25 lid 12 WIA).
De CRvB heeft hierbij aangetekend dat het bij het herstel van tekortkomingen niet gaat om een resultaatsverplichting van de werkgever.11
Gaat de werkgever in bezwaar en beroep tegen de oplegging van de loonsanctie dan moet daarvan een later besluit omtrent zijn verzoek rond bekorting van de loonsanctie worden onderscheiden, waartegen ook bezwaar en beroep openstaat. Die twee procedures (opleggen en bekorting) zijn strikt gescheiden: in een procedure rond het opleggen van een loonsanctie kan geen oordeel worden gegeven over bekorting.12
Het UWV beoordeelt binnen drie weken na ontvangst van het bekortingsverzoek of de werkgever alsnog voldoende heeft gedaan (artikel 25 lid 13 WIA). Zo ja, dan meldt het UWV aan de werkgever en de werknemer wanneer het loonbetalingstijdvak eindigt en wat de ingangsdatum van de WIA-uitkering is (als de werknemer hier aanspraak op heeft).13
Het loonbetalingstijdvak eindigt in een dergelijk geval zes weken ná de vaststelling door het UWV dat de werkgever alsnog heeft voldaan (artikel 25 lid 14 WIA).
Als de werkgever echter nog steeds onvoldoende inspanningen heeft verricht, dan deelt het UWV dit aan de werkgever mee en blijft de loonsanctie doorlopen.14
De einddatum van de loonsanctie schuift op met de periode waarin aan de betrokken werkneemster een zwangerschaps- en bevallingsuitkering op basis van de Wet arbeid en zorg is toegekend.15
De loonsanctie wordt in ongeveer één op de acht à tien gevallen opgelegd:
Aantal loonsancties
Aantal WIA-aanvragen
%
2011
4.948
48.172
10,27
2012
5.993
47.453
12,63
De loonsancties kwamen in 2012 met name voor in de volgende branches:
Branche
Percentage van het totaal aan opgelegde loonsancties
Zorg
23%
Hogere en lagere overheid, onderwijs, nutsbedrijven, defensie
18%
Metaal en technische bedrijfstakken
5%
Reiniging
4%
Detailhandel en ambachten
4%
Bron: UWV-presentatie werkgeverscongres 2013
In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan op de loonsanctie.