Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/18
‘Uitvoeren’ van munten en bankbiljetten als bedoeld in art. 209 Sr kan zich ook voordoen bij gedragingen gericht op ‘bewegingen landuitwaarts’.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1769
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/02686
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1769, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:817, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑11‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑11‑2023
- Wetingang
Art. 209 Sr
Essentie
‘Uitvoeren’ van munten en bankbiljetten als bedoeld in art. 209 Sr kan zich ook voordoen bij gedragingen die zijn gericht op ‘bewegingen landuitwaarts’. Het geld hoeft het grondgebied van Nederland niet al te hebben verlaten.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het medeplegen door de verdachte van het ‘uitvoeren’ van valse Britse muntstukken van één pond.
Onder ‘uitvoeren’ als bedoeld in art. 209 Sr valt het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de in die bepaling bedoelde muntspeciën en munt- en bankbiljetten. Dat kan, gelet op de wetsgeschiedenis, zich ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.