Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.5.2.2
4.5.2.2 Artikel 333d letter b
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435730:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 333d letter b.
Art. 312 lid 2 sub h.
Art. 313 lid 1.
Zie m.n. art. 4 lid 2 eerste zin SER-besluit fusiegedragsregels 2000, dat luidt: Partijen verstrekken aan de vereniging van werknemers een uitzetting inzake de motieven voor de fusie, de voornemens met betrekking tot het in verband daarmee te voeren ondememingsbeleid alsmede de in dat kader te verwachten sociale economische en juridische gevolgen van de fusie en de in samenhang daarmee voorgenomen maatregelen.
Vgl. MvT, TK, 2006-2007, 30 929, nr. 3, p. 13.
Krachtens VvW, TK, 2008-2009, 31 877, nr. 2, krijgt de OR de gelegenheid een standpunt te bepalen ten aanzien van besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of de onderneming, als bedoeld in art. 107a. Daartoe krijgt de voorzitter of een door hem aangewezen lid van de OR spreekrecht in de algemene vergadering. Niet ondenkbaar is dat voorafgaand aan een fusietraject het bestuur met het oog op de gewenste samenwerking of integratie een besluit heeft willen nemen dat valt onder het bereik van art. 107a. Daarnaast valt het nemen van het besluit tot fusie door het bestuur ogv de mogelijkheid die art. 331 lid 1 biedt m.i. onder het bereik van art. 107a. Het standpunt ter zake van de OR kan eveneens als handvat dienen.
Zie § 4.7.2.
MvT, TK, 2006-2007, 30 929, nr. 3, p. 13.
Deze terminologie is ook gebruikt in de Derde Richtlijn. Art. 7 lid 1 begint met de tekst: 'Voor de fusie is ten minste de goedkeuring vereist van de algemene vergadering van elke vennootschap die de fusie aangaat.' In de MvT (TK, 1980-1981, 16 453, nr. 3-4, p. 11) wordt de voorgestelde wettekst als volgt uitgelegd: 'Het besluit tot fusie komt tot stand door aanvaarding van het openbare voorstel tot fusie'.
Art. 317 lid 1.
Mogelijk is dat bij de verkrijgende vennootschap het bestuur tot fusie besluit ogv art. 331 lid 1. Voor die gevallen is art. 8 van de Derde Richtlijn weer van belang. De vereiste goedkeuring komt dan zelfstandige betekenis toe. Kennelijk is in de Nederlandse wet gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Derde Richtlijn geeft dat een lidstaat de goedkeuring van de fusie door de ovememende vennootschap niet verplicht hoeft te stellen indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. De Memorie van Toelichting bij de Implementatiewet Derde Richtlijn volgt deze lijn niet op exact dezelfde wijze. Hoewel ook hier de uitkomst hetzelfde is wordt er kennelijk van uitgegaan dat `goedkeuring' moet worden vertaald in besluitvorming. Zie MvT, TK, 1980-1981, 16 453, nr. 3-4, p. 12. 'Daarom laten de artikelen 8, 25 en 27 van de richtlijn toe dat in de verkrijgende vennootschap het besluit tot fusie kan worden genomen door het bestuur in plaats van door de algemene vergadering (...)'. Ogv Richtlijn 2009/109 bestaat de mogelijkheid dat bij een moeder-dochterfusie het besluit tot fusie wordt genomen door het bestuur van de verdwijnende vennootschap. Die mogelijkheid is opgenomen in art. 331 lid 4.
Ex art. 312 lid 2 letter h.
Art. 333d letter b.
Zo ook Zaman, in Zaman, Donkers & Simonis 2003, p. 35, die hetzelfde betoogt voor een nationale fusie ten aanzien van dezelfde onderwerpen in het voorstel tot fusie en de toelichting op het fusievoorstel.
De tweede uitbreiding van de wettelijk verplichte onderdelen bij het voorstel tot grensoverschrijdende fusie is de vermelding in het fusievoorstel van 'de waarschijnlijke gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid'.1 Wat daaronder moet worden verstaan of hoe gedetailleerd de te verstrekken informatie moet zijn is niet duidelijk. De Richtlijn GOF meldt daar niets over. Het onderdeel wijkt af van de verplichting bij nationale fusies in het fusievoorstel de voornemens omtrent voortzetting of beëindiging van de werkzaamheden te vermelden.2 Ondanks dat komt bij nationale fusies het onderwerp toch ook aan de orde. Daar dient in de toelichting op het fusievoorstel melding te worden gemaakt van de verwachte gevolgen voor de werkzaamheden en dient een toelichting te worden gegeven vanuit juridisch economisch en sociaal oogpunt.3 Vaak, en zeker bij concernfusies, wordt volstaan met de mededeling dat de werkzaamheden van de verdwijnende vennootschap op gelijke voet worden voortgezet door de verkrijgende vennootschap en dat de fusie geen gevolgen heeft voor de werknemers van de verdwijnende vennootschap omdat hun arbeidspositie met alle rechten en plichten overgaat op de verkrijgende vennootschap. Hoewel de terminologie in de beide wetsartikelen enigszins van elkaar verschilt, hoeft de strekking niet anders te worden uitgelegd. Uit hetgeen wordt vermeld moet kunnen worden opgemaakt of er een gerechtvaardigde verwachting is dat er een verandering optreedt in werkzaamheden en/of de positie van betrokken werknemers en zo ja, welke dat zijn.
Handvat bij het opstellen van de informatie kan overigens ook zijn de gegevens die voorhanden zijn als uitvloeisel van advies van de mogelijk betrokken OR op grond van haar adviesrecht dat zij heeft krachtens de WOR4 en informatie die is verstrekt op grond van de mogelijk toepasselijke SER fusiegedragsregels 2000.5'6'7
De 'verplaatsing' van het onderwerp van de toelichting op het fusievoorstel naar het fusievoorstel zelf heeft gevolgen voor de deponering.
Het fusievoorstel wordt in Nederland behalve ten kantore van de vennootschap openbaar gemaakt bij de Kamer van Koophandel.8 Daarmee wordt het toegankelijk voor het publiek. Iedereen kan er kennis van nemen.
Volgens de Minister heeft de verplaatsing van de toelichting naar het fusievoorstel ook gevolgen vanuit het oogpunt van besluitvorming. Opname van de informatie over de werkgelegenheid in het fusievoorstel zelf houdt in dat over het daar geschetste toekomstbeeld ook een besluit wordt genomen door de aandeelhouders.9
De algemene vergadering dient op grond van de Richtlijn GOF het fusievoorstel goed te keuren.10 Zou het gaan om een goedkeuring sec dan betekent dat niet dat de algemene vergadering een besluit neemt over alles wat er in het fusievoorstel staat. Dat zal ook niet altijd mogelijk zijn. Mogelijk is in het fusievoorstel vermeld dat er in het kader van de fusie een aantal werknemers zal worden ontslagen. Een dergelijk ontslag behoort niet tot de competentie van de algemene vergadering.
In de wet zelf is niet vermeld dat de algemene vergadering het fusievoorstel moet goedkeuren. Hoofdregel is dat de algemene vergadering het besluit tot fusie neemt en dat het besluit niet mag afwijken van het voorstel tot fusie.11 Dat is iets anders; een nuanceverschil.
De algemene vergadering zal, wanneer zij tot de fusie besluit, zich neerleggen bij de gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid, maar de verantwoordelijkheid daarvoor dient te liggen bij het bestuur. Het verschil in terminologie tussen richtlijnen en wet heeft geen betekenis. Neemt de algemene vergadering het besluit tot fusie dan impliceert dat — zo nodig — ook de goedkeuring.12
Het besluit tot fusie is een op zich staand besluit. Het besluit is niet meer dan een besluit tot fusie. Dat de algemene vergadering zich daarbij conformeert aan de inhoud van het fusievoorstel, of misschien nog beter gesteld, dat zij de inhoud daarvan goedkeurt is een gevolg van het besluit. Het besluit impliceert dan wellicht dat de algemene vergadering zich schaart achter de inhoud van het fusievoorstel, het houdt niet tevens in een besluit tot alle onderdelen van dat fusievoorstel. Enerzijds kan het daarbij gaan om besluiten die niet behoren tot de competentie van de algemene vergadering, zoals het besluit tot ontslag van een aantal werknemers. Anderzijds kan het gaan om besluitvorming over onderwerpen die tot de competentie van de algemene vergadering behoren maar waarvoor mogelijk andere formaliteiten gelden. Wanneer de statuten voor een besluit tot statutenwijziging een meerderheid van drie vierden van de stemmen vereisen terwijl het besluit tot fusie genomen kan worden met gewone meerderheid, dan impliceert een besluit tot fusie genomen met zes tienden van de stemmen geen besluit tot wijziging van de statuten. Ook al vindt die statutenwijziging plaats in het kader van de fusie.
Als de Minister heeft bedoeld dat een besluit wordt genomen tot goedkeuring dan kan ik mij in die benadering vinden. In dat geval acht ik de woordkeuze niet geheel gelukkig.
Mocht de algemene vergadering zich niet willen scharen achter 'de waarschijnlijke gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid' dan zal zij het besluit tot fusie niet moeten nemen.
Al met al ligt het om praktische redenen voor de hand de inhoud van de mededelingen die in het voorstel tot fusie moeten worden gedaan over de voornemens omtrent de voortzetting of de beëindiging van werkzaamheden13 en de waarschijnlijke gevolgen van de fusie voor de werkgelegenheid14 op elkaar te laten aansluiten.15