Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4:Hoofdstuk 4 Uitgangspunten voor het pre-insolventieakkoord
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4
Hoofdstuk 4 Uitgangspunten voor het pre-insolventieakkoord
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192727:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
4.1 Inleiding4.2 Het mensenrechtelijk kader4.3 Uitgangspunt 1: Meerwaarde voor de gezamenlijke vermogensverschaffers4.4 Uitgangspunt 2: Individuele vermogensverschaffers mogen niet slechter af zijn dan in het alternatieve scenario4.5 Uitgangspunt 3: Verdeling reorganisatiewaarde in beginsel conform rangorde4.6 Uitgangspunt 4: Tijdig ingrijpen, maar slechts in geval van pre-insolventie4.7 Uitgangspunt 5: Inhoud akkoord nauw verband met beoogde herstructurering4.8 Uitgangspunt 6: Schuldenaar behoudt controle over zijn vermogen en de bedrijfsvoering4.9 Uitgangspunt 7: Stemmen in klassen4.10 Uitgangspunt 8: Effectieve toegang tot een deskundige rechter4.11 Uitgangspunt 9: Waardebehoud4.12 Uitgangspunt 10: Flexibiliteit4.13 Uitgangspunt 11: Transactiezekerheid4.14 Uitgangspunt 12: Snelheid4.15 Uitgangspunt 13: Waarborgen tegen misbruik4.16 Conclusie