Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/3.3.5
3.3.5 Behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Voetnoten
Voetnoten
O.a. Vz. Rb. Den Bosch 27 maart 2012, LJN: BW0035. De Vz. oordeelt dat het in dit geding aan de orde zijnde selectiecriterium op een zodanig duidelijke en ondubbelzinnige wijze in het bestek geformuleerd is dat Kici als een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had kunnen en moeten begrijpen dat gedoneerde kleding bij de beoordeling van het selectiecriterium meeweegt. Het selectiecriterium is wat dat betreft voldoende duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar.
In een procedure bij de Vz. Rb. Dordrecht was niet in geschil dat in de aanbestedingsdocumenten niet expliciet was vermeld dat de tarieven gebaseerd dienden te worden op de tarieven in een bepaalde tabel. Onderzocht diende derhalve te worden of dat op grond van hetgeen in de aanbestedingsdocumenten is vermeld een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver desalniettemin duidelijk diende te zijn. De Vz. concludeert dat aannemelijk is dat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver diende te begrijpen dat de totaalprijs in tabel D.2 diende te zijn gebaseerd op de beladen kilometertarieven van tabel D.1. Bij een andere uitleg zou immers niet per perceel kunnen worden beoordeeld welke inschrijver de laagste totaalprijs per jaar op basis van beladen kilometertarieven biedt. Aangezien in tabel D.2 de totaalbedragen per jaar/per perceel uit bijlage K overgenomen diende te worden, volgt hieruit dat aannemelijk is dat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver diende te begrijpen dat de tarieven die in kolom G van bijlage K werden ingevuld gebaseerd diende te zijn op de tarieven in tabel D.1. Dit geld te meer nu de model factuurspecificatie van bijlage J bij de offerteaanvraag dezelfde opbouw heeft als bijlage K (Vz. Rb. Dordrecht 18 oktober 2012, LJN: BY0431).
Vz. Rb. Den Haag 30 augustus 2012, LJN: BX6099.
Vz. Rb. Rotterdam 7 februari 2012, LJN: BV7050.
Vz. Rb. Den Bosch 18 juni 2012, LJN: BW8668. In dit geval was een inschrijving ongeldig verklaard, omdat stukken verkeerd waren ingediend (gesloten envelop). Door de verkeerde wijze van indienen heeft de inschrijver het risico bevorderd dat er complicaties zouden kunnen optreden bij de eerlijke beoordeling van de inschrijvingen. Dat zou dan hebben gegolden ten opzichte van alle inschrijvers. Vanuit dat perspectief gezien is het volgens de Vz. te rechtvaardigen dat de provincie tot de vergaande stap van ongeldig verklaring van de inschrijving is overgegaan. Zie over het gebruik van enveloppen in de beoordelingssystematiek tevens Vz. Rb. Den Haag 12 september 2012, LJN: BX8643.
Veeleer kon deze denken dat de aanbestedingsdocumenten niet goed aansluiten op de gang van zaken in de verzekeringsbranche, maar dat dit niet erg is omdat, zoals Raetshagen heeft betoogd, Meijers wel weet hoe haar aanmelding en inschrijving moet worden opgevat. Begrijpelijk is dan ook dat Raetshagen niet uitdrukkelijk heeft gevraagd hoe zij als gevolmachtigd agent kon inschrijven. Aangenomen moet verder worden dat de Gemeente, via Meijers, begrepen moet hebben dat Raetshagen als gevolmachtigd agent namens de door haar genoemde verzekeraars inschreef. Dat Raetshagen als gevolmachtigd agent heeft ingeschreven blijkt namelijk voldoende duidelijk uit de inschrijving (Vz. Rb. Arnhem 3 februari 2012, LJN: BV6312).
Bij de uitleg van een selectiecriterium wordt acht geslagen op de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van het bestek en de daarbij behorende bijlagen. Zoals gesteld komt het daarbij aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin dat bestek en de daarbij behorende bijlagen zijn gesteld. Daarbij wordt ook beoordeeld wat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had kunnen en moeten begrijpen.1
Als iets niet expliciet uit de aanbestedingsstukken volgt, zal onderzocht moeten worden of datgene op grond van hetgeen in de aanbestedingsdocumenten is vermeld een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver desalniettemin duidelijk diende te zijn.2
Bij de beoordeling wat een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend inschrijver moet (kunnen) begrijpen, kan geen rekening worden gehouden met het feit dat één van de inschrijvers weinig ervaring heeft met aanbestedingen. Iedere inschrijver moet immers op dezelfde wijze worden behandeld.3
Als in de aanbestedingsstukken wordt vermeld dat het beoordelingsteam de inschrijvingen integraal en relatief beoordeelt en dat met integrale beoordeling wordt bedoeld dat voor iedere inschrijving zowel voor de onderdelen als voor de gehele inschrijving een kwalitatieve beoordeling ten opzichte van de gestelde eisen zou worden uitgevoerd, dan mag een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver ervan uitgaan dat alle ten behoeve van een bepaald subgunningscriterium ingediende stukken zullen worden betrokken bij de onder dat subgunningscriterium vallende elementen en de aspecten van die elementen.4
Bij de vraag of de aanbestedingsdocumenten zodanig zijn geformuleerd dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat waren deze op dezelfde wijze te interpreteren, moeten de aanbestedingsdocumenten in onderling verband zeer nauwkeurig worden gelezen. ’Dat lijkt niet alleen inherent aan de wijze waarop in het aanbestedingsrecht de formaliteiten in het algemeen een zekere tendens lijken te hebben de werkelijkheid aan het zicht te onttrekken. In dit geval komt daar nog bij dat het abstractieniveau van de onderhavige aanbestedingsstukken, de daarin opgenomen algemeen en ruim geformuleerde omschrijvingen van hetgeen de provincie van de inschrijvers verlangt en de vorm van aanbestedingsstukken met bijlagen waar veelvuldig naar wordt verwezen, veel vergen van de lezer.’5
Bij de beoordeling wat inschrijvers hadden moeten kunnen begrijpen, speelt ook een rol wat gebruikelijk is in de branche waar de opdrachtverlening betrekking op heeft. Zo had de gemeente Lingewaard moeten begrijpen dat Raetshagen zich niet als hoofdaannemer met onderaannemers had ingeschreven, maar als gevolmachtigd agent van een aantal verzekeraars. Daarbij is van belang dat het gebruikelijk is dat verzekeraars gebruikmaken van gevolmachtigd agenten. De gemeente diende er daarom op bedacht te zijn dat gevolmachtigd agenten (namens verzekeraars) zouden inschrijven. Als de gemeente dat niet wilde dan had zij juist vanwege het wijdverbreide gebruik van gevolmachtigd agenten in de branche, in de aanbestedingsstukken de inschrijving door gevolmachtigd agenten uitdrukkelijk moeten uitsluiten. De gemeente had dat niet gedaan. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gevolmachtigd verzekeringsagent had niet uit het enkele feit dat het aanmeldingsformulier, gelet op de weergegeven voorgedrukte passages daaruit, kennelijk niet echt was toegesneden op aanmelding en inschrijving door een gevolmachtigd agent, moeten opmaken dat hij van deelname was uitgesloten.6