Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.4.3
8.4.3 Gemeenschappelijk toebehoren?
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS399679:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Klang/Bydlinksi 1978, § 1063 ABGB, p. 560, Jansen 2001, p. 291 en Kaptein 2014, p. 211, voetnoot 62. Soms wordt ook Nieuwenhuis 1980, p. 53-55 genoemd als protagonist van deze opvatting, maar hij laat zich veeleer uit in termen van splitsing dan van mede-eigendom, waar hij opmerkt dat een eigendomsvoorbehoud bewerkstelligt dat ‘de in het eigendomsrecht verenigde bevoegdheden over vervreemder en verkrijger worden verdeeld.’
Zie o.m. E.C.M. Wolfert, De kwaliteitsrekening (diss. Amsterdam VU), [s.l.]: [s.n.] 2007, p. 26-27, Struycken 2007, p. 557 en p. 636-637, Asser/Perrick 3-V 2015, nr. 98 en M.J.A. van Mourik & F.W.J.M. Schols, Gemeenschap (Mon. BW B9), Deventer: Kluwer 2015, nr. 1.8. In HR 12 januari 2001, NJ 2002, 371 m.nt. H.J. Snijders (Koren q.q./Tekstra q.q.) lijkt een dergelijke gemeenschap desalniettemin te worden aanvaard.
M.v.A. II., Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 578.
Raiser 1961, p. 69-70.
Door sommige auteurs wordt opgemerkt dat de rechtsverhouding tussen de verkoper en de koper gedurende de periode van onzekerheid in wezen neerkomt op een vorm van mede-eigendom.1 Van een zodanig gemeenschappelijk toebehoren kan naar mijn mening echter niet worden gesproken, omdat juist sprake is van een consecutieve gerechtigdheid. De gemeenschapsconstructie veronderstelt een gezamenlijk toebehoren van een goed aan deelgenoten. Een zodanige gezamenlijkheid is niet aanwezig wanneer, zoals bij het eigendomsvoorbehoud, sprake is van een opvolgende gerechtigdheid in tijd, waarbij de rechten van de betrokkenen juist spiegelbeeldig zijn vormgegeven en elkaar derhalve uitsluiten.2 Ook de wetgever lijkt uitsluitend ruimte te zien voor een gemeenschapsconstructie wanneer de rechten van de betrokkenen gelijksoortig van aard zijn.3 Derhalve laat zich de rechtsverhouding tussen verkoper en koper bij een eigendomsvoorbehoud niet typeren als een gemeenschapsconstructie.4