Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/3.5.5:3.5.5 Parlementaire immuniteit
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/3.5.5
3.5.5 Parlementaire immuniteit
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233578:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de zojuist beschreven regel dat beslissingen over de aanstelling van ambtenaren op basis van hun politieke voorkeur in beginsel niet als een political question hebben te gelden, bestaat wel een uitzondering. Deze uitzondering hangt samen met de zogenoemde Speech or Debate Clause van artikel I, § 6, van de Amerikaanse Grondwet en de daarin neergelegde immuniteit voor leden van de federale Senaat en het Huis van Afgevaardigden:
‘The Senators and Representatives shall […] in all Cases, except Treason, Felony and Breach of the Peace, be privileged from Arrest during their Attendance at the Session of their respective Houses, and in going to and returning from the same; and for any Speech or Debate in either House, they shall not be questioned in any other Place.’
De op grond van deze bepaling aan volksvertegenwoordigers toekomende immuniteit gaat ver: de bepaling omvat niet alleen uitspraken van een volksvertegenwoordiger tijdens een parlementair debat, maar heeft volgens het Hof in beginsel betrekking op alle handelingen van volksvertegenwoordigers in de uitoefening van hun wetgevende en controlerende taken.1
Ter illustratie hiervan kan worden gewezen op de zaak Davis v. Passman.2 Daarin werd het Hof gevraagd zich uit te spreken over een beslissing van een volksvertegenwoordiger om een medewerker te ontslaan vanwege haar geslacht. Het Hof oordeelde dat de medewerker de betrokken volksvertegenwoordiger daarvoor aansprakelijk kon stellen, tenzij het ontslag kon worden geacht onder het toepassingsbereik van de Speech or Debate Clause te vallen. In dit laatste geval is volgens het Hof de eerste Baker-factor van toepassing en daarmee sprake van een geschil dat moet worden geacht grondwettelijk gezien aan de andere staatsmachten te zijn voorbehouden:
‘Respondent argues that the subject matter of petitioner's suit is nonjusticiable because judicial review of congressional employment decisions would necessarily involve a lack of the respect due coordinate branches of government. We disagree. While we acknowledge the gravity of respondent’s concerns, we hold that judicial review of congressional employment decisions is constitutionally limited only by the reach of the Speech or Debate Clause of the Constitution. The Clause […] protects Congressmen for conduct necessary to perform their duties within the sphere of legitimate legislative activity. The purpose of the Clause is to protect the integrity of the legislative process by insuring the independence of individual legislators. […] The Clause is therefore a paradigm example of a textually demonstrable constitutional commitment of an issue to a coordinate political department.’3
Het Hof liet zich nadrukkelijk niet uit over de vraag of de ter beoordeling staande beslissing om de medewerker te ontslaan onder het bereik van de Speech or Debate Clause viel, nu de lagere rechter daarover ook nog geen oordeel had gegeven. Voor zover deze beslissing niet onder het bereik van die bepaling viel, ging het ook hier om een geschil waarin de rechter in wezen werd gevraagd om het uitleggen en toepassen van de Amerikaanse Grondwet:
‘Since the Speech or Debate Clause speaks so directly to the separation of powers concerns raised by respondent, we conclude that, if respondent is not shielded by the Clause, the question whether his dismissal of petitioner violated her Fifth Amendment rights would […] require no more than an interpretation of the Constitution. Such a determination falls within the traditional role accorded courts to interpret the law, and does not involve a lack of respect due a coordinate branch of government, nor does it involve an initial policy determination of a kind clearly for nonjudicial discretion.’4
Hieruit volgt dat de Amerikaanse rechter zich op zichzelf wel kan uitspreken over de vraag óf aan een uitspraak of handeling van een volksvertegenwoordiger op grond van de Speech or Debate Clause immuniteit toekomt. Een bevestigend antwoord op die vraag brengt het geschil alsnog binnen het bereik van de political question-doctrine.